
Lezing: Kastelen en adellijke huizen in het Westland en Midden-Delfland en het leven op een kasteel
In het Westland en Midden-Delfland hebben veel kastelen en adellijke huizen gestaan.
Een kasteel is een verdedigbaar omgracht huis, dat wordt bewoond door een adellijke familie. Wanneer de verdedigbaarheid ontbreekt, spreken we van een adellijk huis.
In het recent verschenen boek ‘Kastelen en adellijke huizen in het Westland en Midden-Delfland. Wonen en werken op stand.’ zijn zeventien kastelen en zeven adellijke huizen beschreven. Onder meer het Binnenhof (Den Haag), Hof van ’s-Gravenzande, Polanen (Monster), Honselersdijk, Huis ten Dorp, Hodenpijl, Groeneveld en de Keenenburg. In de beschrijvingen komen niet alleen de gebouwen, maar ook de bewoners en hun functies aan bod. Diverse kasteelheren, zoals de Van Naaldwijks en de Van Egmonds, hadden gewestelijke en zelfs landelijke betekenis.
In de lezing van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker vertelt Jacques Moerman voor de pauze over de kastelen van Midden-Delfland. De landelijke ontwikkeling van kastelen is ook in dit gebied zichtbaar. Het begon met een houten toren op een heuveltje (een motte), gevolgd door een stenen toren en diverse aanbouwen. Later werd er gebouwd op het maaiveld, kwamen er bredere grachten en was er aandacht voor tuinen en boomgaarden. In de periode van de Hoekse en Kabeljauwse twisten werden diverse kastelen definitief verwoest. Van de kastelen die langer zijn blijven staan, zoals de Commandeurshof in Maasland en de Keenenburg in Schipluiden, zijn veel details bekend over de inrichting, waaronder ook over wat er aan de muren hing.

In het tweede gedeelte van de lezing gaat Harry Groenewegen in op hoe werd er geleefd op een kasteel. Aangegeven wordt welke gebouwen er op het kasteelterrein waren en welke functies en personen. Voorbeelden zijn de priester, bedienden, kok, hondenoppasser, valkenier, poortwachter, boer, boerin, smid, wachtpost en bakker.
Een kasteel was geen statisch geheel, maar evolueerde door de eeuwen heen. De adel reisde en kwam in het buitenland zoals voor het bezoeken en deelnemen aan toernooien en voor opdrachten van de Graaf van Holland.
Jacques Moerman was werkzaam in het onderwijs in Delft en is bestuurslid van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden. Als historicus schreef hij tientallen publicaties, waaronder over het kerkdorp ’t Woudt, het klooster en de buitenplaats Sion, het erfgoed (o.a. de boerderijen) in Midden-Delfland en de Trekvaarten in de regio. Daarnaast verzorgt hij tentoonstellingen in Museum Het Tramstation te Schipluiden.
Harry Groenewegen heeft colleges cultuurwetenschappen gevolgd aan de Open Universiteit in Den Haag en is bestuurslid van het Genootschap Oud-Westland. Van zijn hand verschenen verschillende artikelen. Ook werkte hij mee aan enkele boeken over het Westland. De Middeleeuwen en kastelen hebben zijn bijzondere belangstelling.
Wanneer: maandagavond 14 september 2026
Locatie: ‘De Acker’, Park Berkenoord 2, Pijnacker.
Aanvang: 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur.
Gratis toegang voor HGOP-leden, bijdrage niet-leden € 10,- (contant te betalen aan de zaal)





