De geschiedenis in het kort
De naam Pijnacker duikt voor het eerst op in een akte uit het jaar 1222. Hierin is een schenking vermeld van Graaf Willem I van Holland aan de kerk St. Marie in Rinsburg (Rijnsburg). Het gaat om renten uit bezittingen in onder meer Delf (Delft) en Pinacker (Pijnacker).
Begin 1900 werd de plaatsnaam meestal met ck geschreven, een enkele maal echter ook wel met kk. Pas rond 1960 is de schrijfwijze met ck, mede op aandringen van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker, officieel geworden.
Waarschijnlijk is de ontwikkeling van Pijnacker begonnen rond de Dorpskerk in het oude dorp. Al in de twaalfde eeuw staan in het oude dorp een houten kerk en een toren. De toren heeft geen spits, is 15 meter hoog en dient waarschijnlijk als vluchtplaats voor het water en rondtrekkend geboefte. Rond 1500 komt het bovenste deel op de toren. In 1940 stort de toren in, als gevolg van een scheefstand van 1,32 meter. In het jaar 2000 is de voormalige scheve toren, dankzij particulier initiatief, herbouwd.
De eerste bewoners van Pijnacker vestigen zich op de zogenoemde klei(kreek)-ruggen in een bosachtig moeras. De naam Kleihoogt (richting Berkel) verwijst daar ook naar. Aanvankelijk speelt het leven in Pijnacker, dat waarschijnlijk ouder is dan Delft, zich hoofdzakelijk af rond het oude dorp. Nadat in de zestiende eeuw de Pijnackerse vaart (Delft-Pijnacker) is gegraven, komt Pijnacker ook langs ‘de laan’ wat meer tot ontwikkeling. Sterker nog, de Laanwijk overvleugelt het dorp. De bewoners van de Laanwijk zijn over het algemeen welgesteld. Door de jaren heen groeien de Laanwijk en het dorp steeds meer naar elkaar toe.
Rond 1900 is Pijnacker een zeer klein dorp. Vanaf de eerste jaren van de 20e eeuw ontwikkelt Pijnacker zich echter snel en neemt het inwonersaantal toe. Ook het beeld van het dorp verandert. De Laanvaart, van de kruising Rijskade-Overgauwseweg-Westlaan tot aan de spoorwegovergang, die eeuwenlang het beeld van het dorp bepaalde, is in 1970 gedempt. Het karakter van Pijnacker verandert in de loop der jaren. Halverwege de twintigste eeuw komen, ook door de ingebruikname van de Hofpleinspoorlijn (1908), steeds meer forensen in het dorp wonen. De land- en tuinbouw en de boerenbedrijven, sectoren die Pijnacker tot een welvarende gemeente hebben gemaakt, verliezen hun dominante positie. Ook vestigen veel handel- en industriebedrijven (De Boezem, Ruyven) zich in Pijnacker, waardoor de agrarische sector veel terrein verliest. In 1986 is het boek Schetsen van Pijnacker verschenen waar in veel informatie over het ontstaan en groei van Pijnacker staat.
In 2000 neemt Pijnacker een belangrijke beslissing. De basis voor het beeld van Pijnacker in de komende 25 jaar wordt gelegd. Met de bouw van de wijken Klapwijk, Emerald, Tolhek en Keijzershof is Pijnacker veranderd in een verstedelijkt gebied. In het centrum is gebouwd aan de totstandkoming van het nieuwe winkelcentrum. Het oude stationnetje werd afgebroken en de trein is getransformeerd tot metro.





