Straatnamen
Vanaf het moment dat mensen zich op vaste plekken gingen vestigen was het handig om te kunnen vertellen waar je precies woonde. Straatnamen zijn bovendien van belang voor de administratie van de gemeente, de hulpdiensten en de belastinginning.
In Pijnacker hebben we onder meer straatnamen die vernoemd zijn naar:
- de ligging of lengte van de straat: Noordweg, Oostlaan, Westlaan, Zuiderstraat, Parallelweg en Korteweg.
- een gebouw dat aan deze straat ligt: de Kerkweg (Dorpskerk), Stationsstraat, het Raadhuisplein, en Koningshof (genoemd naar het Grafelijk Hof nabij de Dorpskerk).
- het landschapselement: Kleihoogt, Balijepad
- een nabijgelegen plaats of buurt waar de weg heengaat: Delfsestraatweg, Katwijkerlaan, Klapwijkseweg, Vlielandseweg, Overgauwseweg, Zuideindseweg, Noordeindseweg, Oude Leede weg.

De oudste vermeldingen van straatnamen staan op de kaart uit 1611 van de Delftse landmeter Floris Balthasar: Noucoopse wech, Clapwijkse wech, Noort wech, Kerk wech en Noort Kae (nu Rijskade).
Rond 1800 is het gebruik van huisnummers verplicht geworden. Dit werd geïnitieerd door Napoleon. Vóór die tijd hadden huizen een naam met een bijpassend huisteken. Dit werd vaak weergegeven door een gevelsteen of uithangbord. De naam had vaak te maken met het beroep of de functie van de bewoner of het gebouw.
Zo werd in Pijnacker korenmolen De Aker aan de Delftsestraatweg met een gevelsteen aangeduid en Van Ouds het Raadhuis (nu café-restaurant Hudson) met een uithangbord.
In 1851 is in de gemeentewet vastgesteld dat straatnamen officieel moeten worden vastgelegd. Vanaf dat jaar werden er ook straatnaambordjes geplaatst.

Er waren dan wel straatnamen maar in de tweede helft van de negentiende eeuw kregen de huizen een wijkaanduiding en een huisnummer. Bijvoorbeeld in Wijk A (het dorp) kreeg het eerste huis als adres A1 en het tweede A2. Er werd toen nog geen onderscheid gemaakt tussen even en oneven nummers, de nummering liep gewoon door. Op de foto is slagerij Jac. Van Aalst te zien met als adres A188, nu Oostlaan 4.

Op de achterzijde van een ansichtkaart uit 1938 is in de adressering de straatnaam aangegeven, maar ook de wijknaam en het huisnummer.
In Pijnacker is in 1943 een algehele vernummering officieel ingegaan. Ook de oneven en even vernummering werd toen doorgevoerd. Sommige adressen, zoals de Westlaan, werden al geduid met de straatnaam en kregen alleen nieuwe nummers. Andere panden, bijvoorbeeld aan de Oude Leedeweg en de Overgauwseweg, werden nu formeel aangeduid met straatnaam en nummer in plaats van de wijkletter met huisnummer.

Na de vernummering bleven de oude en nieuwe huisnummers lang beide zichtbaar. Ook later vonden nog regelmatig plaatselijke vernummeringen plaats. Dit gebeurde bijvoorbeeld aan de Westlaan na demping van de Laanvaart in 1970. Sommige panden werden meer dan eens vernummerd. Een voorbeeld hiervan is de boerderij aan de Overgauwseweg 60. Dat was achtereenvolgens Hof van Delft huisnummer 42, Pijnacker Wijk D huisnummer 1: wijk D nr. 2, wijk D nr. 35, Overgauwseweg 36 en inmiddels Overgauwseweg 60.
Er waren wel verbindingswegen, maar de eerste echte straat die in Pijnacker werd aangelegd was de straat die we nu Stationsstraat noemen. Omdat er maar één straat was, heette die ook wel ‘Straat’. Het was aanvankelijk niet meer dan een looppad naar het station van de in 1908 aangelegde spoorlijn. Na de bouw van de Hervormdeschool aan het begin van de straat was de officiële naam Schoolstraat. Pas later is de naam dit gewijzigd in Stationsstraat.
In de twintigste eeuw werd het gebruikelijk om straten te vernoemen naar personen met een bepaalde staat van dienst of afkomst, zoals vanaf de jaren 30 het Emmapark, Julianalaan, Willem de Zwijgerlaan en Wilhelminasingel. In Delfgauw ontstond in 1959 een buurt met namen vernoemd naar de burgemeesters van Vrijenban, zoals Merkus, Scholten en Molenbroek.
Zoals landelijk gebruikelijk is hebben ook in Pijnacker de straten in nieuwbouwwijken namen rond een bepaald thema. Pijnacker Noord werd vanaf 1950 gebouwd en de straten kregen namen van bomen en heesters. In 1975 kwam de wijk Koningshof met namen van rivieren en buitenplaatsen.
Op het voormalige veilingterrein, vlakbij Metrostation Centrum, werd een wijk gebouwd met namen van de functies of objecten van de veiling zoals de Mandenmeesterstraat en de Veilingmeesterstraat.
In 1988 begon de bouw van de wijk Klapwijk. Hier werden op initiatief van de raadsleden Mieke van der Kuij en Nanda Ammerlaan straten naar vrouwen vernoemd. Dit was niet vanwege van hun afkomst of huwelijk (zoals bij Anna van Saksen en Charlotte de Bourbon die op het Veilingterrein een straat kregen als echtgenotes van Willem de Zwijger) maar op basis van hun prestaties. Vernoemd werden onder meer: tweede kamerlid Suze Groeneweg (1875-1940) die streed voor volksonderwijs, Marga Klompé (1912-1986) de eerste vrouwelijke minister en hoogleraar Volkenrecht Gezina van der Molen (1892-1978).
De wijk Emerald, waarvan de bouw startte in 1990 kreeg het thema beroepen. In 2008 kwam de wijk Keijzershof met stratennamen over flora en fauna.

Er is een aantal bijzondere namen in Pijnacker die enige toelichting verdienen:
- Spaerwoude: Op de Kruikiuskaart uit 1712 komt op deze plek een buitenplaats voor met deze naam. De buitenplaats was eigendom van Clara van Spaerwoude (ca.1530-1596) die in Delft woonde.
- van Windenstaat. Wilhelmus Cornelis van Winden (1756-1832) was omstreeks 1800 schepen (wethouder) in Pijnacker. Bij de behandeling in de gemeenteraad in 1958 van het voorstel om W.C. van Winden te vernoemen werd opgemerkt dat W.C. toch echt niet kon en is de C. komen te vervallen.
- De Adam Pijnackerstraat is vernoemd naar de schilder van mediterrane landschappen Adam Pijnacker (1620/22-1673). Met Pijnacker heeft deze man weinig van doen gehad want hij werd waarschijnlijk in Schiedam geboren en werkte voornamelijk in Delft en Amsterdam. Zijn vader Cristiaan van Kerckhove is wel geboren in Pijnacker. Toen zijn vader verhuisde naar Schiedam werd daar de achternaam Pijnacker gebruikt omdat hij uit Pijnacker kwam. De oom van Adam, Cornelis Pijnacker (1570-1645), een bekende diplomaat, cartograaf en hoogleraar is ook in Pijnacker geboren.
- Van Brachtstraat: Cornelis van Bracht is geboren in Pijnacker en vestigde zich in 1681 in Dordrecht. Hij beoefende de dichtkunst en schreef lofdichten op werken van tijdgenoten. Zelf werd hij in een aantal spotdichten als een schijnheilige en wellusteling ten toon gesteld.
- Hoflandstraat: genoemd naar het Grafelijk Hof dat achter de Dorpskerk moet zijn gesitueerd.

Opening Schimmelpenninck van der Oyeweg: deze weg kreeg de familienaam van de voormalige eigenaar van de gronden mevrouw Baronesse Schimmelpenninck van der Oye, geb. Gravin van Limburg Stirum. De weg werd door een lange stoet van genodigden op 7 juni 1949 geopend.
- Post van der Burgstraat in Delfgauw. De veehouder Gerardus van der Burg, gehuwd met Helena van der Post, legde op eigen grond deze straat in de jaren dertig aan. Als herinnering aan zijn in 1931 overleden vrouw bedacht hij deze naam. Bij de overdracht van het eigendom van de straat aan de gemeente in 1936 bedong hij dat de door hem gegeven naam behouden zou blijven.
Meer en gedetailleerder informatie over andere straatnamen uit Pijnacker en Delfgauw staat in het (concept van het) boek De straatnamen van Pijnacker en Delfgauw dat op deze website gepubliceerd is.
Pijnacker blijft uitbreiden en er zijn steeds nieuwe straatnamen nodig. Straatnamen worden bedacht door een straatnamencommissie, onder meer bestaande uit inwoners van Pijnacker-Nootdorp. De commissie doet (binnen de geldende beleidsregels) voorstellen die vervolgens door het college van Burgemeester en Wethouders worden vastgesteld.
U bevindt zich hier: Home > Geschiedenis van Pijnacker >





