De Noordweg, in de jaren 50 en daarna
Aad Tas, geboren in 1942, heeft lang aan de Noordweg in Pijnacker gewoond. Hij heeft zijn ervaringen uit zijn jeugd opgeschreven en aan het HGOP ter beschikking gesteld. Hij noemt het zelf ‘Van laanbrug tot Molenpad’.
Wilt u het document als pdf inzien of afdrukken? Druk dan op deze link:: Noordweg in de jaren 50 door Aad Tas
Hieronder volgt het document als webversie:
Dit verhaal gaat over de bewoners van de Noordweg in ca 1950 zoals ik, geboren in 1942, uit mijn jeugd nog weet te herinneren. Ik noem het ‘Van laanbrug tot Molenpad’.
Voordat we ons verdiepen in de geschiedenis van Pijnacker en de Noordweg is het goed om eerst te kijken naar de ontwikkeling van het gehele dorp Pijnacker.
Voor onze jaartelling had zich achter de duinen van Zuid-Holland een omvangrijk veengebied gevormd. Rond 300 voor Christus drong bij een grote overstroming de zee de Delta binnen. Grote stukken werden weggeslagen en er ontstond een gebied van kreken, waardoor de zee tweemaal daags bij vloed tot in het hart van het tegenwoordige poldergebied kon doordringen. In het veengebied vormden zich kleine stroompjes naar grotere rivieren. Die rivieren waren niet bedijkt, zoals men dat noemde, waardoor de zee gemakkelijk het omringende land kon overspoelen. De benedenlopen van die rivieren ondergingen dan de werking van eb en vloed. Ze schuurden het veen weg en zetten vruchtbare zeeklei en zand af. Na verloop van tijd groeiden ze dicht en verlanden ze.
Bij ons gebeurde dat door de Gantel die tussen Monster en Gravenzande in de Maas uitmondde. Van Monster tot aan Pijnacker werd het hele gebied bedekt met een laag klei en zand. Het zogenaamde ‘Ganteldek’. Deze monding raakte op den duur verstopt en de kreken verlanden. De ontstane zand- en kleiruggen waren geschikt voor ontginning en bewoning.
Eerst werden alleen de oeverwallen vruchtbaar gemaakt, maar vanaf de 8e eeuw werd het ontginnen van de wildernis zelf ter hand genomen. De basis van de ontginning was meestal een water, een kade of een weg. Van daar af werden landinwaarts percelen ontgonnen.
De eerste zorg was uiteraard om de waterhuishouding te regelen. Er werden sloten en kanalen gegraven. Voor het veen was dat ongunstig want door de wateronttrekking zakte het veen in. Het veen niveau kwam lager te liggen dan de kleigronden. De bewoners van de kleigronden moesten nu zorgen dat het water niet wegliep naar het veen en men bouwde dijken.
De ambachten uit ons gebied voerden hun water af op de Schie die een natuurlijke boezem vormde. De Schie is vermoedelijk rond het jaar 1.000 aangelegd en heette in eerste instantie Delf.
Op de afbeelding rechts is de kaart van ca 1000 jaar geleden, gelegd op de kaart van nu en is te zien waar de grens is van de kleiafzetting. Die grens ligt bijvoorbeeld op de scheiding van de Hoge Noord en de Lage noord. Blauw is kleigrond. De gele kronkels zijn de uitlopers van de Gantel, paars is veengrond.
De geschiedenis van Pijnacker beginnen we met een kaart van 1600.
Over de verschillende polders is heel veel te vertellen, maar feit is dat vanaf het jaar 1000 het ontginningsproces steeds voortgang vond en men in het gebied langs de verschillende waterwegen kades heeft aangelegd. Juist langs de watergangen bouwde men huizen en boerderijen. Onder meer langs de Kerkweg, de Noordweg de Vlielandseweg, de Katwijkerlaan, de Oude Leede en de Zuideindseweg.
De activiteiten bestonden voornamelijk uit veenwinning en verder het boerenbedrijf en aanverwante activiteiten. In de omliggende steden was grote vraag naar turf.
Zoals blijkt uit de dorpsbeschrijvingen van Ollefen uit 1793 werd in Pijnacker voornamelijk landbouw en veeteelt bedreven. Het veen was een goede bron van inkomsten en sommige inwoners hebben er in die tijd dan ook veel geld verdiend.
De Noordweg is een van de oudste wegen of misschien wel de oudste weg van Pijnacker.
Op oude kaarten zien we de naam ‘Noord Entse wegh’ met daarlangs de ‘Noord Entse watering’. Niet duidelijk is wanneer de naam Noordweg is ontstaan. Op een kaart van 1600 is al de naam ‘Noortwegh. te lezen, terwijl op de kaart van de gebroeders Cruquius van 1712 nog de naam ‘Noord Entse Wech’ voorkomt. Vroeger bestonden de wegen uit een ‘karrespoor’ dat bij slecht weer nagenoeg onbegaanbaar werd. Diepe plassen werden regelmatig met puin opgevuld. Zo een weg was ook de Noordweg. Het voorste gedeelte tot aan nr. 21 (nu restaurant Tout le Monde) werd in het begin van de 20e eeuw met klinkers bestraat. In ca. 1930 werd ook de rest van de Noordweg richting Nootdorp ‘betumd’, zoals dat genoemd werd. Op de harde ondergrond van puin werd een klein laagje verwarmde en daardoor vloeibaar geworden teer of pek gespoten en daarover werd een laagje ‘split grind’ gestrooid.
Door er overheen te rijden werd het grind in de teer gedrukt en ontstond er een harde gladde rijweg. Met de fiets was zo’n pas betumde weg best gevaarlijk omdat een deel van het grind nog los lag en kon je lelijk wegglijden.
Uit eigen ervaring weet ik dat het dan heel pijnlijk kan worden. Zo had ik eens de fiets van mijn zus Annie uit de schuur meegenomen, terwijl ik nog niet kon fietsen probeerde ik het toch. Maar ongeveer ter hoogte van de familie Vonk, net voor de brug naar de Hesselt van Dinterlaan slipte ik en ging onderuit en al glijdend over de weg kwam ik in de slootkant tussen de brandnetels terecht. Mijn benen waren behoorlijk geschaafd op dat pas gestrooide scherpe grind en zaten vol met brandnetel bulten. Na verloop van tijd was het grind helemaal in de teer gedrukt en kon het gebeuren dat met warm weer de teer laag min of meer vloeibaar werd en dan aan de banden bleef plakken. Het was erg hinderlijk om met zulke pekbanden vol met plakkende steentjes te fietsen. Het spreekt voor zich dat deze wegen regelmatig onderhoud nodig hadden. In 1954 is de vaart langs het eerste gedeelte van de Noordweg van de Laanbrug tot aan de Goudenregensingel gedempt en is de weg volledig gerenoveerd en met klinkers bestraat. In 1960 is de rest van de vaart langs de Noordweg tot aan het Molenpad (nu Nobellaan) gedempt.
Bekijken we de kaarten van Pijnacker van 1888 en 1913, dan zien we dat het dorp Pijnacker nog ongeveer dezelfde bebouwing heeft en waarschijnlijk werden nog dezelfde activiteiten bedreven als in 1712. In 1712 had Pijnacker ca 1.000 inwoners en begin 1900 waren dit er ongeveer 2.000.
Op deze kaart van Pijnacker Noord uit 1935 zien we een klein gebied dat ‘Het Poldertje Van Buysen’ werd genoemd. Dit poldertje van ca 15 ha was ontstaan in 1864, toen de familie Van Buysen ook in dit gebied het veen had weggestoken. De polder werd kort daarna drooggemalen. Het poldertje lag in de Oude of Drooggemaakte polder en was dus lager dan het omringende land en afzonderlijke bemaling was noodzakelijk.
De bestaande Molen van de Nieuwe of Drooggemaakte polder was niet in staat om ook het water uit dit poldertje weg te malen. Deze stond namelijk aan de andere kant van de dijk. Daarom werd een nieuwe molen gebouwd. Vanwege de beperkt benodigde capaciteit werd dit een aanzienlijk kleinere molen dan de toen gangbare molens. Hij zou slechts 1/6 e van de capaciteit van een gewone molen gehad hebben.
Dit is de kaart van 1960 van het centrum van Pijnacker met een gedeelte van de Noordweg op de voorgrond. Van het toen in uitvoering zijnde ‘plan Noord’ was toen een gedeelte tot aan de Goudenregensingel reeds gerealiseerd. De 3 nieuwe bruggen over de Goudensingel bij de Acacialaan, de Meidoornlaan en die bij de weg langs de spoorlijn waren nog in aanbouw.
De Noordweg werd tot ca 1960 voornamelijk gebruikt door agrariërs die aan weerszijden hun landerijen hadden liggen. De weg was dan ook in beheer en onderhoud bij de ‘nieuwe polder van Pijnacker’. Pas in 1971 is het beheer van de weg overgegaan naar de gemeente Pijnacker. Het verlengde van de Noordweg richting Nootdorp werd ‘Ouwe wech’ genoemd. De ontginning en bewoning van ons gebied heeft plaatsgevonden langs de vroegere vloedkreken die min of meer loodrecht van Noord naar Zuid liepen. Zo is het vermoedelijk ook bij de Noordweg gegaan. Het zou daarom best wel eens kunnen zijn dat de ontginning van Pijnacker vanuit het Noorden is begonnen en dat de Noordweg daarmee dus de oudste of een der oudste wegen van Pijnacker is. Bij opgravingen die bij de boerderij op Noordweg 29 in de jaren 1970 e.v. hebben plaatsgevonden zijn scherven gevonden uit de periode 1000 – 1100. Op de kaart van Cruquius van 1712 zien we, met name aan de linkse westelijke kant bebouwingen. Dit zijn voornamelijk boerderijen, waarvan er heden nog enkele bestaan. Maar op geen enkele boerderij wordt nog het boerenbedrijf uitgeoefend.
We starten de beschrijving bij de ‘Laanbrug’ tegenover de Noordweg, met links aan het begin van de Kerkweg het imposante gebouw van ‘Ons Doel’. Dit markante gebouw uit 1912 (foto 1920) met wel 5 verdiepingen was in mijn ogen een kolossaal gebouw.
Aan de voorkant zaten hoge brede deuren waardoor je met paard en wagen en later ook met de auto naar binnen kon rijden.
In het gebouw zelf was aan de dakbinten een katrol met hijsinrichting die door grote luiken op iedere verdieping heen liep om de zakken van de karren en de auto’s op te kunnen hijsen. Zo kon men ze op iedere willekeurige verdieping opslaan. Aan de zijkant boven het water van de laanvaart zat een uitbouw met daarin ook een hijsinrichting waarmee men zakken met graan en meel vanaf een schuit naar boven kon hijsen en natuurlijk ook weer laten zakken. In die tijd vond nog veel vervoer over het water plaats. Ook aan de zuidkant van het gebouw was zo’n uitbouw met een hijsinrichting voor de boeren die met paard en wagen meel en graan kwamen halen en brengen.
Aan de rechterkant van het begin van de Kerkweg was het woonhuis, met daarachter de werkplaats van de timmerman W. Kluiters. Buiten lag hier altijd een voorraad planken en balken opgestapeld. Kluiters verrichtte voor onder meer de tuinders allerlei timmerwerkzaamheden en hij maakte ook de lijsten voor de ‘platglas’ ramen. Als kind gingen wij daar vaak afval latjes vragen om er een vlieger van de kunnen maken. Het papier voor de vliegers vroegen we op de veiling aan een van de kooplieden. Die hadden van die grote vellen om de kisten met sla en dergelijke mee af te dekken. Voor het huis van Kluiters liep het doodlopende ‘Uitpad’, Dat werd ook wel ‘de Renteniersgracht’ genoemd.
Op de Westlaan stond destijds nog een urinoir.
We zeggen meestal ‘laanbrug’, maar we bedoelen vaak de kruising tussen de Oost- en Westlaan en de Noordweg-Kerkweg. Hier waren eigenlijk 2 bruggen, namelijk de brug over de vaart langs de Noordweg en de brug naar de Kerkweg over de laanvaart. Deze vaarten waren al eeuwen oud en stamden misschien wel uit de 10e of 12e eeuw toen de streek ontgonnen werd.
Met ‘laanbrug’ bedoelde men de brug over de laanvaart naar de Kerkweg. Op deze brug is menig sterk verhaal verteld door de veelal oudere mannen die hier regelmatig samen kwamen om de plaatselijke nieuwtjes uit te wisselen. Op het kruispunt ‘de laanbrug’ kwamen we als jongeren meestal bij elkaar met de nieuwjaarsviering om met z’n allen vuurwerk af te steken.
In de 16e en 17e eeuw werden de vaarten gebruikt door de turfschippers die de turf naar de afnemers vervoerden. Voornamelijk naar Delft voor de bewoners en voor de bierbrouwerijen. Ook vond personenvervoer en transport over water plaats van allerhande goederen zoals landbouwproducten, klein vee (zoals lammeren, biggen en varkens), melk, boter, vlees, fruit en dergelijke. Er waren beurtschippers die een regelmatige dienst onderhielden naar alle markten en steden in de omgeving. De wegen waren toen nog onverhard en daardoor erbarmelijk slecht en in de winter nauwelijks begaanbaar. De meeste wegen zijn pas in het begin van de 20e eeuw verhard, waarna de beurtschippers snel verdwenen.

In de 20e eeuw werden de vaarten nog voornamelijk gebruikt door de veilingschippers om hun producten naar de groente veiling te brengen of hulpgoederen aan te voeren. De meeste sloten en vaarten waren dan ook ca. 6 meter breed en zo konden 2 standaard veilingschuiten elkaar gemakkelijk passeren. Bij wegkruisingen waren bruggen gebouwd met voldoende breedte voor het toenemende wegverkeer en voldoende hoogte, zodat de volgeladen veilingschuiten er onderdoor konden varen. De doorvaarthoogte was toen tenminste 1,85 meter.
Vanaf de laanbrug was langs een gedeelte van de Oostlaan, de Westlaan en ook langs beide zijden van het begin van de vaart langs de Noordweg een gemetselde schoeiing gemaakt. De walkanten waren daar dus vrij hoog. Op een foto uit ca. 1950 is de Noordweg te zien vanaf de brug die de West- en Oostlaan verbond
De Oostlaan en de Westlaan waren bestraat met grote klinkers en die waren hopeloos om op te fietsen of op te lopen. Boerenkarren met ijzeren velgen maakten een enorm ratelend lawaai op die keien. In de winter waren die keien spiegelglad en dus erg gevaarlijk.om op te lopen of te fietsen.
Op de hoek van de Oostlaan en de Noordweg stond het in 1887 gebouwde gemeentehuis (foto uit ca. 1950) met daarnaast de burgemeesterswoning. De burgemeesterswoning was een monumentaal pand met grote ramen en een brede toegangsdeur. Het gemeentehuis aan de rechterkant was in verhouding eigenlijk maar klein. Helaas zijn beide panden gesloopt nadat men in 1956 een nieuw gemeentehuis had gebouwd op het weiland aan het Emmapark waar vroeger de jaarlijkse kermis werd gehouden. Van dit nieuwe gemeentehuis resteert nu nog maar een gedeelte, het zogenaamde `Witte huis`. Dit is nu restaurant Fratelli in ‘het Witte huis’.
Links van de burgemeesterswoning was een monumentaal hek en een pad naar de fietsenstalling voor het gemeentepersoneel. Langs dit pad stond een rij keurig gesnoeide lindebomen. Het aantal gemeenteambtenaren was in 1950 ca. 20 personen. Mr. Duiker was toen burgemeester in Pijnacker.
In de gevel, tussen de 2 bovenramen van het gemeentehuis bevond zich een grote gevelsteen met het toenmalige gemeentewapen. Dit wapen bestond uit een blauw schild met gouden kruis en een gouden kroon met 12 parels. Na de sloop van het gemeentehuis in 1957 is de gevelsteen in brokstukken op de gemeentewerf opgeslagen en verwaarloosd. Gelukkig heeft een particulier zich bij een verhuizing van de gemeentewerf naar de Oranjelaan over de brokstukken ontfermd, alle brokstukken bij elkaar gezocht en de gevelsteen met het wapen deskundig gerestaureerd. De steen is ongeveer 50 x 70 cm. groot.
Nadat de vaart langs de Noordweg in 1954 gedempt was en de ambtswoning van de burgemeester en het gemeentehuis gesloopt waren is op de hoek van de Noordweg een 3 verdiepingen hoog pand gebouwd. Op de benedenverdieping kwamen winkels en daarboven woningen. In de winkel op de hoek hebben zich in de loop der jaren achtereenvolgens een levensmiddelenwinkel, een bankkantoor, een horlogerie en nu een restaurant ‘Da Gigino’ gevestigd.
Tegenover het gemeentehuis stond langs het water van de laanvaart een aanplakbord voor mededelingen van de gemeente en een ANWB wegwijzerpaal met verwijzingen naar o.a. Nootdorp, Delft en Zoetermeer.
Verder stond er langs het water een openbare telefooncel van de PTT, waar iedereen, tegen betaling kon bellen. Een veel gebruikte cel, want heel veel mensen hadden geen telefoon en de mobiele telefoon bestond toen nog niet. Na de 2e wereldoorlog was het aantal telefoonaansluitingen wel enorm uitgebreid, maar in particuliere huizen was toen vrijwel nog geen telefoon. Nieuwe aansluitingen kwamen heel langzaam tot stand vanwege de beperkte capaciteit van de centrales. Als een centrale `Vol´ was kon het soms jaren duren voordat er weer nieuwe aansluitingen konden worden uitgegeven. Wachtlijsten van wel zes jaren waren toen heel normaal. Bedrijven of vertegenwoordigers die echt een telefoon nodig hadden moesten heel veel moeite doen om, zo mogelijk voorrang te krijgen voor een aansluiting. Slechts in enkele particuliere huizen had men een telefoonaansluiting.
De PTT was toen de enige aanbieder van telefoon en als service had men op centrale plaatsen in de steden en dorpen openbare telefooncellen geplaatst. In Pijnacker stond er toen een nabij de Laanbrug en later heeft men er nog meerdere in het dorp geplaatst o.a. op het Raadhuisplein en op de Boezemweg op het industrieterrein. Hier kon dus iedereen, als hij het nodig vond tegen betaling zelf opbellen. In eerste instantie kon men alleen bellen tegen contant geld. Later was het ook mogelijk om met telefoonkaarten te bellen. Die kaarten kocht men toen vooraf op het postkantoor.
Aan de andere kant van de laanbrug op de Westlaan stond langs de laanvaart een openbaar urinoir. Dit oorspronkelijk ijzeren urinoir werd nog vervangen door een stenen exemplaar en later afgebroken.
Op de foto uit 1950, gemaakt op de Noordweg richting Laanbrug, links het huis van de burgemeester en rechts de winkel van bakker Van der Helm.
Aan het begin van de Noordweg is het eerste huis de bakkerswinkel van de weduwe Rein van der Helm. Het pand stamt uit ongeveer 1648. In 1950 was de zoon, Nol van der Helm de exploitant. Nol van der Helm bracht zelf het brood rond bij zijn klanten met een bestelautootje. Hij was een heel herkenbare figuur in het dorp met een broodmandje onder z’n arm en de geldtas over z’n schouder. Nol van der Helm was ook de officiële orgelspeler op het orgel in de RK kerk en heeft dit tot een hoge leeftijd gedaan.
In 1963 deed Nol van der Helm, die zelf geen opvolger had de winkel over aan Hennie van Eeden en zelf begon Nol van der Helm een slijterij op de Kerkweg. In 1987 stopte van Eeden met de bakkerij en vestigden Aad Verbakel en Van Eijk er de elektronicawinkel VELECTRA. Momenteel (2026) is het een Turkse groentewinkel c.q. supermarkt.
De ingang van de winkel was op de hoek van de Westlaan-Noordweg. Naast de winkel was nog een kleine ruimte waar in de zomer zelfgemaakt ijs werd verkocht.
In het bij deze winkel behorende pand Noordweg nr 1A en 1B was de bakkerij gevestigd. Hier stond, bij warm weer de deur vaak open en dan kon je binnen de witbestoven mannen aan het werk zien, genieten van de heerlijke baklucht en een blik werpen op al dat lekkers.
De vaart langs de Noordweg werd door de tuinders gebruikt om met de schuit hun groente naar de veiling te brengen. Vanwege de ontsluiting via het water langs de spoorbaan werd dit vaarwater overbodig. In 1954 werd de woonwijk Noord ontwikkeld en is de vaart gedempt. Op de foto uit 1954 zien we de sloop van de kademuur langs de Noordweg.
Het pand Noordweg 3 werd in 1906 gebouwd door timmerman A. Kranenburg als Postkantoor en woonhuis. Deze verhuurde het pand aan de postkantoorhouder de heer de Geul voor F 4,- per week. Toen de heer Kranenburg de huur voor het pand verdubbelde in 1914 besloot de postkantoorhouder de huur op te zeggen en kocht het pand Stationsstraat 72.
Daarna werd hier café ‘Het Noorden’ van de familie Notenboom gevestigd. In 1938 deden zij het café over aan de familie van Swieten. Na de oorlog liep het café niet meer zo goed. Er kwamen allerlei bedenkelijke figuren.
Het groepsportret is gemaakt in 1945 voor café Het Noorden.
Zoon Kees van Zwieten is een eigen zaak elders begonnen. Hij was destijds in Pijnacker een bekend voetballer.
Op een zeker moment in ca 1958 werd het café om onduidelijke redenen plotseling gesloten en in ca. 1960 vestigde zich hier taxibedrijf Wim Hofman. Wim Hofman woonde zelf in een in 1956 gebouwd huis aan de overkant van de Noordweg. Sinds 2009 is op Noordweg 3 ‘Van Schie interieurstoffen’ gevestigd. Ook het pand Noordweg 5 werd bij deze winkel getrokken.




Groentewinkel van Hein van Eijk. Dit was een piep klein groentewinkeltje. Hein van Eijk haalde zelf z’n groente met een bakfiets op de veiling.
Met de bakfiets bracht hij ook de groente en fruit bij z´n klanten thuis. Later werd dat een zogenaamde ‘IJzeren hond’. Een driewielige kar waarbij de motor op het voorste wiel zat. De groentezaak bestond uit een magazijn met twee openslaande deuren en daarnaast een piepkleine winkel, waar meestal mevrouw Van Eijk achter de toonbank stond. Ze hadden twee ongetrouwde dochters waarvan Lena geestelijk beperkt was, die zagen we niet veel, en Dina Ze hadden ook nog een zoon Koos, die had niet zo’n beste reputatie. Hij was zeeman en als hij thuis was een drinkebroer.

In huis Noordweg nr 7 woonde de Olieboer Piet Krul. Deze Piet Krul reed met een paard en wagen en handelde in huisbrandolie, zeep, allerlei soorten schoonmaak- en poetsmiddelen en hulpmiddelen hiervoor. Hij was vrijgezel en liep altijd een beetje met z´n arm gedraaid achter zich. Waarom heb ik nooit geweten. Hij had twee rechterhanden werd wel gezegd. Piet lustte graag een borreltje en was na het werk steevast te vinden aan de bar bij café Schuring aan de Westlaan. Hij schijnt ook aan een bar in 1959 een hartaanval gekregen te hebben en is daarna, nog vrij jong, overleden.
Op de foto van de Noordweg van voor 1940 is achter de lantaarnpaal een gebouwtje te zien met een brede deur. Hier was destijds de stalling van de brandweerwagen. Daarnaast was het politiebureau met cachot (gevangenis) gevestigd. In 1939 zijn deze gesloopt en heeft aannemer Kranenburg een viertal nieuwe huizen (nr 9 tot en met nr 15) gebouwd.
In Noordweg nr 9 woonde mevrouw Rip senior met haar dochter.
Daarnaast op nr 11 woonde de familie Jo van Dijk. Hij was een klein mannetje die een beetje loenste. Hij had in 1945 een fototoestel en heeft bij de bevrijding foto’s gemaakt van de met vlaggen versierde Noordweg en, op de foto rechts, van zijn kinderen Piet en en Jeanie in hun deuropening. Hun dochter Jeanie werkte later bij Joh. A. Kardol als verkoopster in de winkel.
Op Noordweg 13 woonde de familie A. Kranenburg met twee zoons. Kranenburg was tuinder op een tuin aan het begin van de Klapwijkseweg. (De zogenaamde A-woningen).
De huizen Noordweg 11 en 13 zijn in 1938 gebouwd door de timmerman Opa Kranenburg en deze verhuurde ze. Daarvoor stonden er een politiebureau met het cachot en daarnaast de brandweerkazerne. Die zijn nog goed te zien op de foto hieronder bij nr 7 ter hoogte van de lantaarnpaal.
Op nr 15 woonde de familie Reijneveld. Reijneveld was tuinder op een tuin achter zijn huis. De gemeente had de tuin van Reijneveld al in de jaren 1960 gekocht en daar is in 1975 een gymnastieklokaal gebouwd. In 1990 werd er een kantoorgebouw voor de kruisverenigingen (foto 1998) naast gebouwd.
In 2001 is de grond verkocht aan de Laurens food groep die er in 2002 een EDAH supermarkt vestigde. Exploitant van de supermarkt werd de familie Zondag. Die hadden daarvoor een winkel op de Oostlaan, maar daar was nauwelijks parkeerruimte in de buurt.
Op het terrein achter de huizen van de Noordweg is een parkeerterrein aangelegd dat Hazelaarsplein werd genoemd. De ingang tot dat plein en de gebouwen was vanaf de Noordweg via het pad rechts van het garagebedrijf Van der Ende. (nu restaurant Tout le Monde) Dit zelfde pad leidde naar de garage van het transportbedrijf van de firma Cor Weerheim. Deze toegangs-situatie bleef zo totdat de Nootdorpseweg werd aangelegd. De toegang naar het Hazelaarsplein en naar de garage van Weerheim kwamen toen aan deze nieuwe weg te liggen.
De huizen Noordweg 17 en 19 zijn typische arbeiderswoningen uit ca. 1880. Het is een bouwblok van een bouwlaag met een zolder en oud Hollandse pannen en zijn gemeentelijk monument.
In ca. 1880, tussen de zogenaamde ‘kleine Doleantie’ van 1840 en de ‘tweede
Doleantie’ in 1886 van de N.H. kerk waren er lidmaten die het met de toenmalige dominee niet eens waren. Deze hebben enige tijd in het pand gekerkt. Het was toen een werkplaats van aannemer Schuring. Aan de achterkant kan je nog een halfrond kerkraam zien. Ze keerden na korte tijd toch weer terug naar de Hervormde kerk.
Op nr. 21 woonde destijds de familie Soeterbroek en later Wim van der Ende.
Op nummer 23 was een grote schuur met de werkplaats van schilder Soeterbroek. Aan de noordkant van de schuur waren grote reclameborden geschroefd. De werkplaats/schuur was al heel bouwvallig en verveloos. Toen schilder Soeterbroek naar een andere locatie verhuisde trok Wim van der Ende er in 1964 in.
Deze Wim van der Ende was plaatwerker (uitdeuker) van auto’s. Hij was in 1953 begonnen in een ruimte achter de timmermanswerkplaats van W. Kluiters aan de Kerkweg. Er kon maar een auto tegelijk behandeld worden en de ruimte was al snel te klein. Hij behandelde onder andere ook de auto’s van het toen snel groeiende tanktransportbedrijf Jawico. Regelmatig zagen we dan ook een rode tankauto van Jawico voor de deur staan. Als plaatwerker ging hij al snel ook auto’s repareren.
Toen Kees, de zoon van Wim in het bedrijf kwam sloopten ze de schuur en het woonhuis en bouwden er een geheel nieuw garagebedrijf voor in de plaats. Op een deel van de werkplaats bouwde hij een woonhuis voor zijn gezin en er kwam zelfs een benzinepomp voor de deur. De ingang van het woonhuis was via een buitentrap aan de achterkant van het pand. De zaak groeide tegen de klippen op en in 1985 nam Kees het bedrijf van z’n vader over. Vanwege de afsluiting van de Noordweg door de aanleg van de Nootdorpseweg voorzag Kees een sterke terugloop van z’n klantenbestand en benzineverkoop en besloot hij in 1992 om te verhuizen naar een grotere locatie aan de Boezemweg. Hij bouwde daar later een autowasstraat in een gedeelte van de garage van Jawico.
Na het vertrek van Kees van der Ende werd de garage/werkplaats aan de Noordweg grondig verbouwd door Kees Zoutendijk tot een restaurant en partycentrum dat de naam De Hazelaar kreeg. De zaak werd overgedaan en de naam werd gewijzigd in Tout le Monde. In 2007 werd het partycentrum aan de achterkant uitgebreid met een afzonderlijk restaurant C èst la Vie onder leiding van zoon Patrick Zoutendijk. In 2013 wijzigde het beleid en is het geheel weer samengevoegd tot ‘Partycentrum Tout le monde’.
Op Noordweg 25 en 27 woonden de families Cor en Kees Weerheim. In 1931 waren zij aan de Noordweg een tuindersbedrijf begonnen. Hun broer Piet Weerheim tuinde aan de Oude Leedeweg. De wereldwijde crisis van 1929 woedde nog volop en de tuin bracht onvoldoende op voor twee gezinnen.
Evenals Piet van Duijn begonnen zij toen met een bijverdienste om met hun eigen vrachtautootje ook de groente voor andere tuinders naar de veiling te brengen. Van Duijn bracht de groente naar veiling Pijnacker en de Weerheimen brachten de groente naar Veiling Berkel. Dit bleek al meteen een succes en ze zijn dit blijven doen. Helaas overleed broer Kees Weerheim in 1940 maar de weduwe bleef wel deelnemen in het bedrijf.
Het transportbedrijf werd een groot succes en ze bouwden dit verder uit door allerlei andere goederen te gaan vervoeren. Op de foto uit 1950 de melkauto van Cor Weerheim in de omgeving van Delft. Bij de auto staan Pauw Braat en Jan Kloosterman.
Het werd een volwaardig transportbedrijf. Na verloop van tijd namen de kinderen van Cor het bedrijf over. De bedrijven werden gesplitst en zoon Dick ging verder met de tuinderij en bouwde daar een nieuw huis. De tuingrond werd opgekocht door de gemeente en die realiseerde hier het nieuwe politiebureau en de brandweerkazerne. Het toen nog niet zo oude huis werd gesloopt. Dick was toen eigenlijk al gestopt met de tuinderij en verhuurde zijn tuin al een paar jaar. Hij verhuisde naar Nunspeet en runt daar een ‘zalencentrum’.
Het transportbedrijf werd in 1963 voortgezet door de zonen Niek en Kees. Het floreerde en men vervoerde letterlijk van alles. Zo werd in de zomer ook stro gehaald voor de tuinders. Op de foto rechts een geladen vrachtauto in St Philipsland in Zeeland
Ook het wagenpark groeide gestadig en bedroeg in 2012 negen vrachtauto’s. Door de aanleg van de Nootdorpseweg kwam het bedrijf direct aan de weg te liggen. De oude garage (op de foto uit 1960 met Niek ervoor) moest verplaatst worden en in overleg met de gemeente kon direct aan de Nootdorpseweg op de voormalige tuin van Reijneveld een nieuwe garage worden gebouwd. Het transportbedrijf wordt inmiddels al door de 3e generatie Weerheimen gerund.
Op de foto rechts het Weerheim wagenpark in 2020 voor de nieuwe garage aan de Nootdorpseweg.
Noordweg nr 29 is een historische boerderij, waarvan de oorsprong teruggaat tot misschien wel het jaar 1000. Uit opgravingen, die hier in de zeventiger jaren zijn gedaan heeft men bewoningssporen uit van rond het jaar 1100 kunnen vinden. De boerderij ligt wat hoger op een soort terp. De huidige boerderij is gebouwd rond 1600.
Er zijn in de jaren 1974 en 1975 plannen geweest om de opstallen te slopen, maar door uitgebreide protestacties van de bevolking is dit voorkomen. In 1975 werd het pand op de rijksmonumentenlijst geplaatst, waardoor sloopplannen geen kans meer kregen. Kort daarop werd het pand met de ca. 6.000 m2 grond gekocht door de heer Van de Broek. In de jaren daarna heeft hij het pand ingrijpend gerestaureerd. In mei 1980 was in de volledig gerestaureerde boerderij een presentatie met een open dag.
Destijds woonde hier de familie Lou van Vliet. Van Vliet was melkboer en hield ook nog een paar beestjes. Hij had alleen maar de 6.000 m2 land om de boerderij, dus veel vee kon hij niet weiden. Hij huurde in 1935 (midden in de crisis jaren) de boerderij van Jan van Winden (Jan de Koopman van de Nieuwkoopseweg.). Om het inkomen aan te vullen hield hij hier niet alleen koeien, maar ook varkens en kippen. Bovendien maakten ze kaas en boter en karnemelk. Maar de boerderij leverde toch niet genoeg op om het gezin te onderhouden. Om wat bij te verdienen plaatste hij een bord aan de weg met de tekst ‘te koop Melk, boter, kaas en eieren uit eigen bedrijf’. Dat vond snel aftrek en werd na een paar jaar uitgebreid met een kleine melkwijk. De oudste zoon Leendert ging zich hier voornamelijk mee bezighouden. Helaas is deze op jonge leeftijd (21 jaar oud) in 1943 gestorven aan longontsteking. Met veel moeite heeft de familie de melkwijk in stand kunnen houden. De andere kinderen (jongens en meisjes) moesten, buiten de schooltijden ook meehelpen. Met de in die tijd noodzakelijke voedselbonnen was het een hele rompslomp. De melkzaak was toen inmiddels hun hoofdmoot van bestaan geworden.
Toen zoon Lou van school kwam werd hij ook vanzelf melkboer. Ze kochten een motorbakfiets en Lou ging de wat verderaf wonende klanten bedienen met melkproducten. Later werd dit uitgebreid met veel bij-artikelen. Op een zeker moment rond 1960 besloten de Pijnackerse en Delfgauwse melkhandelaren de handen in een te slaan en gezamenlijk die bij-artikelen te gaan inkopen. Lou van Vliet werd aangesteld als beheerder van deze groothandel. De ingekochte producten werden bij zijn vader, die inmiddels de koeien verkocht had in de stal opgeslagen.
In 1966 ontstonden in Nederland steeds meer inkoopverenigingen en is in Friesland de SRV (Samen Rationeel Verkopen) opgericht. Daar kwamen ook de eerste rijdende winkelwagens. Dit vond al snel navolging in heel Nederland. In Westland en Pijnacker werd ook een SRV cluster opgericht en Lou van Vliet werd ‘winkel wagen begeleider’ van deze cluster. Zijn melkwijk heeft hij toen verkocht.
Zijn werk bestond uit het begeleiden van de melkboeren bij de overstap naar een SRV-wagen en de uiteindelijk aanschaf van de wagen. Dit werd al snel een succes verhaal. Veel melkboeren stapten op de SRV-wagen over. In 1970 reden er in Nederland al zo’n 2.000 SRV-wagens. Veel van deze wagens reden op een elektrische motor. Lou van Vliet had voor eigen rekening op het industrieterrein de Boezem aan de Heulweg een opslagloods laten bouwen om een tweetal van de SRV wagens ‘s nachts te kunnen stallen. Maar dat is nooit gebeurd.
Melkboeren die op een SRV wagen overstapten hadden over het algemeen al een elektrische melkwagen die ze dan kwijt moesten. De SRV kon er niets mee. Lou besloot die afgedankte wagens zelf op te kopen en die stalde hij in eerste instantie in zijn eigen loods aan de Heulweg. Maar dat materiaal moest hij ook weer kwijt en daaruit is een handel ontstaan. Vooral bij tuinders waren die afgedankte melkwagens (van de opbouw ontdaan) erg gewild. Al snel was er ook vraag naar heftrucs en die begon hij ook te verhandelen. Hieruit is een middelgrote onderneming van handel en verhuur van ’interne transportmiddelen’ gegroeid.
In 1996 zijn de beide zoons in het bedrijf gestapt en hebben ze het belangrijk uitgebreid. Door aankoop van buurpanden en nieuwbouw was in 2009 een bedrijfshal ontstaan van 3.500 m2. Inmiddels is het pand in de jaren 2020 en 2021 uitgebreid met naastliggende grond tot een bedrijfsruimte van 6.500 m2 met een lengte of breedte van wel 160 meter. Het is maar net hoe je het bekijkt.
De broer van Lou, Adam van Vliet had meer interesse in de automatisering in de tuinbouw. Met name op het gebied van het toedienen van voedingsstoffen via water, het regelen van de warmtetoevoer en de belichting in de kassen.
In eerste instantie vestigde hij z’n bedrijf aan het oude Dorp op de plek waar de openbare school gestaan had. Ze verhuisden naar de een pand aan de Vlielandseweg 20. Hier was voorheen het transportbedrijf van Karel de Jong gevestigd. Het bedrijf gesplitst waarna Horticoop werd gevestigd in een pand op de Ambachtsweg op het industrieterrein de Boezem.
Toen de familie Van Vliet de boerderij Noordweg 29 verlaten had wilde de eigenaar Jan de Koopman (boer Van Winden van de Nieuwkoopseweg) deze verkopen. Een van de gegadigden (in 1973) was destijds de club die bezig was om in Pijnacker een bejaardentehuis op te richten. Eerst moest dan het hele pand gesloopt worden. Later werd een plan gemaakt om het pand niet te slopen, maar om het te integreren in het nieuw te bouwen bejaardenhuis. Ook dit leidde tot veel protest tegen de aantasting van onze historisch erfgoed. Vooral het HGOP heeft veel actie gevoerd om de sloopplannen van tafel te krijgen. Uiteindelijk is dat gelukt en heeft de gemeente besloten om het bejaardenhuis in Pijnacker Zuid te bouwen. Dat werd later ‘Het Hofland’ aan de Oranjelaan.
Uiteindelijk heeft de familie Van de Broek de boerderij in 1979 van Jan van Winden gekocht en het geheel gerestaureerd en met behoud van de oude elementen er een comfortabel woonhuis van gemaakt. Er is zelfs een binnenzwembad en een sauna. Door vrijwilligers van het Historische Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) zijn op het terrein en ook in het gebouw opgravingen gedaan om de geschiedenis vast te kunnen stellen. Er zijn toen bewoningsresten gevonden uit de jaren 1100 tot 1200. Dit zou betekenen dat deze plek wel eens de oudste bewoningsplek van Pijnacker kan zijn.
Door de onderzoekers van het HGOP, de heren Van der Ende en Thijssen, zijn er rapporten van gemaakt en bij het gereedkomen van de verbouwing van de woning door de familie Van de Broek was er een lezing.
De tekst van de lezing van C.A. van der Ende in 1980 was als volgt;
Geachte heer en mevrouw Broek, dames en heren
Bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan van onze vereniging, het HGOP, wil ik u allen welkom heten. In het bijzonder willen wij onze gastheer, de heer Broek, dankzeggen voor het voorrecht om ons in de gelegenheid te stellen kennis te maken met zijn gerestaureerde boerderij.
Ik wil in het kort enkele feiten memoreren die ons hebben aangezet de boerderij te trachten te behouden. Daarvoor moeten we teruggaan tot 1973. Bij toeval werd toen het plan bekend om deze boerderij te doen slopen en de gronden een andere bestemming te geven dan die ze hadden, nl. een agrarische bestemming. Een en ander diende via een wijziging van het bestemmingsplan te worden gerealiseerd. Onmiddellijk heeft het Genootschap daarop een actie op touw gezet om te redden wat er te redden viel.
Als we het lijvige dossier dat hierop betrekking heeft, uit het archief bekijken, zien we een grote verscheidenheid aan correspondentie naar tal van stichtingen, overheidsinstanties etc., een serie posters, stickers die speciaal zijn vervaardigd en niet te vergeten een bundel met ruim 2000 handtekeningen van bezorgde Pijnackernaren die enthousiast wilden mee ijveren voor het behoud van het pand, dan mag ik bescheiden opmerken dat dat werk zeker niet voor niets blijkt te zijn geweest.
Een bijzondere bijeenkomst was wel die in januari 1975 plaatsvond op het gemeentehuis, waarop afgevaardigden van gemeentebestuur, ministerie van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk, architecten en leden van het Genootschap ieder voor zich zijn bezwaren resp. zijn argumenten voor het behoud te berde konden brengen. Korte tijd nadien volgde het besluit van de gemeente om geen bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing van de Minister van Cultuur om de boerderij te plaatsen op een voorlopige lijst van beschermde monumenten. Dat was voor het Genootschap een verademing. Het gevaar voor onmiddellijke afbraak was voorlopig even afgewend.
Met recht kan worden gesteld dat die beslissing slechts een voorlopige bezwering van het gevaar was, want nu kwam de vraag naar voren welke bestemming zou het pand krijgen. De toenmalige eigenaar had immers reeds geruime tijd plannen om het pand te verkopen, aan welke gegadigde dan ook. Op het moment dat bleek dat het monument van rijkswege bescherming had gekregen, was het voor de eigenaar niet eenvoudiger geworden en werd de verkoop van het pand in zekere zin wel belemmerd. Immers elke volgende eigenaar zou gebonden zijn aan de voorschriften die door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg worden gehanteerd bij verbouwing etc. Voorts zou het eveneens niet eenvoudig zijn om op welke wijze dan ook een andere bestemming aan het pand te geven, omdat er nog steeds een agrarische bestemming op rustte.
Het gemeentebestuur heeft op een zeker moment tezamen met de Stichting Verzorgingstehuis Pijnacker, die plannen had om deze gronden te doen bestemmen voor de bouw van een verzorgingstehuis voor ouderen, een plan ontwikkeld om de boerderij in te passen, als monument, in een nieuwbouwcomplex. Het werd echter al spoedig duidelijk dat een dergelijke bouweenheid niet als een eenheid te kenschetsen zou zijn, en dat de representativiteit van de boerderij als monument niet tot zijn recht zou komen. Een voordeel hierbij was wel geweest het feit dat dan de boerderij weliswaar alleen het woonhuis, zonder de achterliggende stal gerestaureerd kon worden. Want dat het pand restauratie behoefde, was een ieder, en vooral de toenmalige eigenaar, duidelijk. Een dergelijk bouwplan zou evenwel de toestemming van de Minister van Cultuur mogelijkerwijs hebben verworven, omdat de boerderij als zodanig zou worden behouden.
Tenslotte is dat plan niet verwezenlijkt. Maar hoe diende de zaak nu verder te worden aangepakt. De eigenaar wilde weg. Het pand was aan restauratie toe. De verkoop zou hierdoor belemmerd kunnen worden. De bestemming van de boerderij en de gronden, zo’n 6000 m2, zou niet mogen veranderen. Er rustte monumenten-bescherming op etc.
Al het werk van het Genootschap zou voor niets zijn geweest, als niet om 5 voor 12 een belanghebbende, in de persoon van de heer Broek, zich aandiende. Hij bleek de juiste persoon te zijn, geïnteresseerd als nieuwe eigenaar in het behoud van het monument en beladen met een grote dosis doorzettingsvermogen om de, door de Rijksdienst voor Monumentenzorg goedgekeurde plannen voor de restauratie, zelf en op eigen initiatief uit te voeren en te verwezenlijken.
Het zal de gastheer niet bevroed hebben wat een inzet met woord en geschrift nodig is geweest om de hoeve, nu zijn bezit, van de ondergang te redden. Zoveel te meer zijn wij nu verheugd om het fraaie resultaat te mogen bezichtigen. Hieraan dient nog te worden toegevoegd dat de plannen van de ‘Stichting Verzorgingstehuis Pijnacker’ enkele jaren later alsnog gerealiseerd konden worden met de bouw van Huize Hofland in het zuidelijke deel van ons dorp.
Hierna wordt wat dieper ingegaan op de historie van de boerderij en zijn gronden. Zo rond de vierde eeuw van onze jaartelling steeg het zeeoppervlak ten gevolge van het smelten van de ijskap door een milder klimaat. De zee steeg zodanig, dat de reeds eeuwen daarvoor gevormde duinenrij nabij Monster doorbroken werd, en het zeewater over het achter de duinen ontstane veen land stroomde bij vloed. Bij elk getij stroomde het zeewater via deze zogeheten vloedkreken door het veenlandschap. De door deze vloedkreken afgezette klei en zand veroorzaakte verhogingen, welke in grillige vormen over het landschap ‘uitwaaierden’. Op enkele uitzonderingen na zijn al deze vloedkreken verzand. Deze natuurlijke ontwikkeling in het landschap in het westen van Holland, moet zo ongeveer tot 900-1000 geduurd hebben.
Toen kwamen de Hollandse Graven zich vestigen in deze gebieden, die ze al in hun bezit hadden. Er werden kloosters gesticht. Met medewerking van de kloosterlingen en onder leiding van de Hollandse Graven werden dijken aangelegd om de vloedkreken in te dammen en op die manier de wateroverlast tegen te gaan. Immers de gronden hier waren behoorlijk geteisterd door de voortdurende overstromingen van het zilte zeewater en de gebieden dienden toch ook bewoonbaar gemaakt te kunnen worden.
Ten gevolge van het droogmaken is het zogeheten ‘oppervlakteveen’ gaan inklinken. Daardoor kwamen de kleibanen met fijn zand nog hoger in het landschap te liggen. Geen wonder dat deze klei-banen, die soms 1 à 1.5 meter boven het maaiveld lagen, in de omgeving van het Westland, Delft, Pijnacker de aangewezen vestigingsplaatsen waren. Het centrum van Pijnacker, inclusief deze boerderij, liggen op zo’n kleilaag. Nadat de vloedkreken waren ingedamd en dijken waren aangelegd, begon men zo rond het jaar 1000 deze streek te ontginnen, zowel door de kloosterlingen als door de horigen van de Graven. In deze tijd kunnen we de vestiging van de Grafelijke Hof in Pijnacker, de nederzetting ‘Koningshof’ dateren, en evenzeer een vestiging op dit woonerf.
Reeds in 1222 wordt de Kerk van Pijnacker genoemd, maar onbekend is hoelang precies de vestiging van de Grafelijke Hof en Kerk er reeds waren. De Kerk van Pijnacker wordt in dat jaar in ieder geval genoemd in de bisschoppelijke archieven van het aartsbisdom Utrecht. Vrij zeker kunnen we aannemen dat de boerderij eigendom moet zijn geweest van de Graaf, hetzij in eigen beheer, hetzij in exploitatie door een wat men nu zou zeggen ‘zetbaas’. Later werden de landen incl. de boerderij aan ridders of vrije boeren verpacht of verkocht.
Gezien de op deze terp gevonden scherven, die dateren uit 1000, 1100 en tot dusverre de oudste scherven zijn die in Pijnacker konden worden aangetroffen, durf ik deze vestigingsplaats resp. woonplaats te dateren uit de 11e, 12e eeuw. Het is vrij zeker dat de eerste woonopstand uit hout is opgetrokken geweest. Daarna is onder het beheer van de Hollandse Graaf een boerderij uit baksteen opgebouwd met de zogenaamde kloostermoppen. Deze stenen zijn hier primair gebruikt, dus niet afkomstig van een eerder afgebroken bouwwerk als klooster of kasteel, zoals dat in iets latere tijd regelmatig kon worden vastgesteld. Deze conclusie is bewezen door de bakstenen die hier aanwezig zijn en afkomstig zijn van de pijlers die in de bodem nog geheel in tact aangetroffen werden.
Uit de grafelijke tijd zijn nog belasting kohieren voorhanden, maar het is niet bekend of deze hoeve daarin vermeld staat dan wel onder wiens naam deze stond geregistreerd als eigenaar.
Om er enige te noemen: Nadat in de 14e, 15e eeuw hier vrije boeren of pachters van landheren zich d.m.v. aankoop van landen van de Graaf hebben gevestigd, kan een juister beeld worden verkregen van de families die hier het platteland bevolkten. Vooral in de grafelijke leenregisters komen we al vele bekende families tegen. Omtrent de bewoners die in de loop der eeuwen deze hoeve bewoond hebben, is nog een diepgaand onderzoek gedaan. Er zijn er die hiervoor in aanmerking komen, zoals de families Brants, Oosterlaan, Valk en daarna de Sonnevelden, die lange tijd een dominerende rol in de gemeente Pijnacker hebben gevoerd. Nadien is de voormalige eigenaar, de familie Van Winden, in het bezit gekomen van dit pand.
Teneinde mijn collega Thijssen aan het woord te laten, wil ik het hierbij laten. Echter, niet nadat ik op deze plaats nog eens alle personen die al dan niet aanwezig zijn onze hartelijke dank zeggen voor hun steun aan het behoud van de boerderij, voor hun actieve, daadwerkelijke inzet. In het bijzonder danken wij de heer Broek, omdat hij het was die de bevolking van Pijnacker nog in lengte van dagen van dit monument zal kunnen laten genieten.
10 mei 1980 C.A. van der Ende.
Noordweg 33, 35, 37, 41, 43, 45 en 47 zijn gebouwd op grond dat behoorde tot de boerderij Noordweg 39. Op deze boerderij boerde Aai van Winden die in 1949 overleed. In 1936 verkocht hij zijn boerderij aan zijn zoon Chris.
Aai van Winden bezat veel land in Pijnacker Noord. Dit land liep ruwweg van de Rijskade tot aan de Noordweg en van de Oostwatering (de huidige Goudenregensingel) tot aan de huidige Albert Schweitzerlaan. Bij de huidige Albert Schweitserlaan had hij ook nog land aan de Andere kant van de Noordweg tot aan de Vlielandseweg. Later is dit land doorsneden door de in 1908 aangelegde Hofplein spoorbaan.
Voordat Noordweg 33 en 35 gebouwd werden was hier de ‘de melkbocht’ die bij de boerderij op nr 39 hoorde. Deze boerderij was van Aai en later Chris van Winden en had twee ‘bochten’. De andere melkbocht was achter de 4 huizen aan de Noordweg 41 t/m 49.
Een ‘bocht‘ was de plek waar de koeien die vrij in het land liepen werden gemolken. Iedere ochtend en avond werden de koeien dan uit het land naar de ‘bocht’ gedreven en daar naast elkaar aan een lang hek vastgebonden en vervolgens een voor een gemolken. Hier kon men tevens extra krachtvoer aan de koeien geven. Er waren in de jaren 1950 nog geen melkmachines en alles gebeurde nog ‘met de hand’, zoals dat heette. Een boer die goed kon melken kon ca 6 koeien per uur melken. Een grote boer met b.v.30 koeien had dus een of meerdere knechten nodig om te melken. In 1934 is de boerderij nr 39 overgegaan naar Chris, de zoon van Aai. Op de foto is Chris aan het melken met zijn zoon Arie. De zonen Chris (1946) en Jan (1948) staan er bij.
In 1936 werden de twee huizen nr 31 en 33 opgeleverd aan Aai van Winden. Hij had de boerderij in 1934 over gedaan aan zijn zoon Chris en had tijdelijk in de Noordweg 10 gewoond.
Hij ging zelf in Noordweg 33 wonen met zijn 3 ongetrouwde kinderen Ans, Co en Arend. Ans was schooljuffrouw op de katholieke meisjesschool in Pijnacker. Co deed het huishouden en Arend was knecht bij z’n broer Chris op de boerderij.
Arend besteedde onder andere ook heel veel tijd aan het maaien van de diverse graskanten rond de boerderij en langs de weg. Dat de zeis dan af en toe bot werd is logisch en dan was Arend bezig om de zeis de ‘haren’.
In het rechter huis nr. 35 woonde toen Janus Ruijgt met Sjaan Jansen. Zij hadden geen kinderen en hebben wel een kind geadopteerd, maar dat werd geen succes. Janus had een tuinderij westelijk van de Noordweg langs de Rijskade. (nu Ammerlaan)
Na het overlijden van Aai bleven zijn kinderen wonen in nr 33, huis nr 35 bleef verhuurd. Beide huizen zijn in1988 opgekocht en gesloopt door de gemeente om een doorbraak mogelijk te maken van de Goudenregensingel naar de Nootdorpseweg..
Naast de twee-onder-een-kapper 33/35 was Noordweg 37. Dit huis was in 1921 aangebouwd aan de boerderij Noordweg 39 van toen Aai van Winden.
Hier woonde Janus van Winden, een van de oudere kinderen van Aai van Winden. Het merkwaardige van dit huis was dat het zowel boven als op de begane grond gedeeltelijk in de boerderij doorliep.
Janus was tuinder in de polder achter de boerderij en deze tuin liep langs de tocht door tot aan de Rijskade. Janus en zijn vrouw Geertruida Ruijgt hadden 12 kinderen. Van deze kinderen zijn er meerdere geëmigreerd naar Californië.
In de jaren na 1995 is over het huis Noordweg 37 nog onenigheid ontstaan tussen de toenmalige eigenaar van de boerderij, de heer en mevrouw Nuijt, en de erfgenamen bij monde van Adriaan van Winden.
Mevrouw Nuijt was toen ook wethouder in Pijnacker. De familie Nuijt had de boerderij, waarvan nagenoeg al het land door de gemeente was opgekocht om er huizen te bouwen helemaal in oude luister hersteld en ook de stal bij de woning betrokken. Zij waren van mening dat het aangebouwde huis hun woning erg ontsierde. Ze wilden dit dan ook kopen en laten slopen. Ze konden het echter niet eens worden met de eigenaren, waarvan het de ouderlijke woning was, en probeerden op alle mogelijke manieren toch om dat huis weg te krijgen.
Daarnaast wilde de familie Nuijt op het terrein een viertal nieuwe woningen bouwen, maar de gemeente weigerde hiervoor toestemming te verlenen gelet op de rijks monumentale status van de boerderij. Het aangebouwde huis nr 37 werd verkocht aan de familie van Breemen en die wilde het verbouwen. Ook dit was tegen de zin van de familie Nuijt. Later kregen ze het huis toch in handen en is het gesloopt.
Voor het huis nummer 37 stond een enorme Esdoorn boom. In mijn jeugd heeft die op mij veel indruk gemaakt. Hij stond tegenover ons huis en als het waaide gierde de wind met een doordringend geluid door de takken.
Als het flink gewaaid had kon je de andere morgen de straat opruimen, want die lag steevast vol met afgewaaide takken. Soms waren daar best flink grote takken bij. De boom is waarschijnlijk ten tijde van de bouw van Noordweg 37 in 1921 geplant en is in 2017 omgezaagd. De middellijn op de grond was toen 153 cm.
Noordweg 39 is de boerderij Aai van Winden (tot 1934) en later zoon Chris van Winden (tot 1988). De foto uit 1935 is van voor de verbouwing, waarbij het rieten dak van het stalgedeelte werd vervangen door een pannendak en de stal aan de zuidzijde een stuk werd ingekort.
Noordweg nr 37 en 39 in de winter in ca. 1950
Chris van Winden aan het melken in de bocht achter Noordweg 41 t/m 47
Noordweg 39 in 2016 is de boerderij verbouwd tot woonhuis
Op nr 41 woonde destijds de familie Jacob Rip. Zij hadden 3 zonen, Jacob, Kees en Gijs. Zij hadden een tuinderij in de polder nabij de Rijskade. De oudste zoon Jacob heeft de tuin overgenomen en is later ook in het huis komen wonen. Zowel de zoon Kees als Gijs studeerden en hebben elders hun heil gezocht.
Op nr 43 woonde de familie Qrien Haket Zij hadden 2 dochters, Ria en Anneke. Anneke is getrouwd met de zoon van wethouder Cor Kerklaan en had een tuinderij aan het begin van de Klapwijkseweg. Qrien Haket had een tuinderij aan de Noordweg nabij de Hofpleinspoorlijn Zie op de kaart uit het jaar 1958 met de letter S, rechts is de Hofplein spoorlijn en links de Noordweg.
Op nr 45 woonde de familie Rustenburg met 8 kinderen. Deze familie is destijds ook geëmigreerd naar Canada
Op nr 47 woonde Jaap Leis. Jaap was tuinder aan de overkant van de Noordweg het Pad op. Jaap had een gekwetste stijve rug en als hij op de fiets zat leek het een echte houten klaas.
Tussen de huizen nr 47 en 51 was een landpad door de weide van Chris van Winden dat naar de tuinderijen daar achter liep.
Destijds hadden de volgende tuinders daar een tuinderij: de reeds genoemde Jacob Rip, Adriaan van Winden van nr 51, Arnold van Winden, (zoon van Janus van Winden van nr 37), Janus Ruijgt, Gerrit van den Berg (nu Ammerlaan de green elevators)
In het woonhuis Noordweg nr 51, Deli genaamd, woonde Adriaan (Tabak) van Winden. Tabak was de bijnaam van Adriaan. Dit huis heeft Adriaan zelf laten bouwen in 1948. Adriaan was in 1922 geboren als zoon van Janus van Winden en Geertruida Ruijgt die op Noordweg nr 37 woonden.
Janus van Winden was platglas tuinder op de tuin aan de Rijskade, nabij het Gemaal. Hij teelde voornamelijk komkommers, bloemkool, sla en andijvie. Janus stond er om bekend dat hij grote bloemkolen van uitzonderlijke kwaliteit teelde uit door hemzelf gewonnen zaad. De bloemkoolplanten zette hij extra ver uit elkaar, waardoor ze genoeg ruimte kregen om flink uit te groeien. Dat de planten zo veruit elkaar stonden had een extra voordeel dat men met de oogst met een kruiwagen er tussendoor kon rijden.
Op het huis Noordweg 51 staat de naam Deli. Toen Adriaan trouwde hebben de buren, als grap een bord met de naam ‘Deli’ op z’n huis getimmerd. Adriaan kon de grap wel waarderen en heeft schilder Soeterbroek een mooi bord laten maken met de letters Deli en dit stevig op de voorgevel bevestigd.
De naam Deli heeft te maken met het feit dat Adriaan in de oorlog tabak heeft geteeld.. Het verhaal gaat dat Adriaan van z’n vriend Cor Ruigrok in 1941 een zakje tabakzaad kreeg. Op dat zakje stond de naam `Deli` naar de planterscompagnie die Tabaksplantages exploiteerde in Indonesië.
Adriaan mocht op een paar hoekjes land van z’n vader Janus de tabak zaaien. Op de foto uit 1944 het tabaksveld van Adriaan. Dit was eigenlijk het begin van Adriaans leven als tuinder.
Hij wist zelf zaad te winnen en dat verkocht hij op zijn beurt weer aan kwekers in heel Nederland. De zelf gekweekte tabak werd te drogen gehangen op diverse plaatsen op de boerderij van ome Chris van Winden. De boerderij van z’n oom en buurman op nr 39. Onder meer in de kap van de hooiberg, de kap van de wagenschuur en de stalzolder.
Na het drogen werd de tabak gesneden met een door Jan Verbakel gebouwde elektrische snijmachine. Toen in de oorlog de stroom regelmatig uitviel heeft Jan Verbakel de snijmachine zodanig aangepast dat hij aangedreven kon worden door het trapmechanisme van een fiets. Er moest wel altijd iemand op de fiets zitten om te trappen. En daarvoor schakelde Adriaan regelmatig z’n broers en ook wel buurjongens in. Van de tabak liet hij sigaretten maken met het merk ‘Amateur’.
Adriaan leverde ook tabaksplanten aan andere tuinders Dat Adriaan tabak teelde en planten verkocht werd landelijke bekend, want hij kreeg zelfs verzoeken om planten te leveren van kwekers uit het Westland, Anna Paulowna en Castricum. Regelmatig kwamen mensen uit Den Haag en Rotterdam om sigaretten te kopen. Na de oorlog sloot hij een contract met een sigarettenfabriek in Utrecht voor de levering van 2000 kg tabak van het merk Witte Burley. Eigenlijk was het Nederlandse klimaat ongeschikt voor de teelt van tabak en deze werd dan ook in de jaren daarna snel afgebouwd..
Toevallig kwam ik enige tijd geleden de restanten van de tabak snijmachine uit de jaren 1942/45 op het spoor. De houten poten waren nagenoeg verdwenen en wat het er nog van over was volledig verpulverd. Het ijzer zat dik in de roest en het mechanisme zat muurvast. Gelukkig konden we deze restanten overnemen en thans worden pogingen in het werk gesteld om hem weer te herstellen.
Toen Adriaan aan de Nootdorpseweg 9 een nieuw huis liet bouwen heeft hij ook weer de naam Deli. op de voorgevel laten zetten.
Nr 53 was een klein huisje en daar woonde het echtpaar Opstal.
Op nr 55 woonde de familie Bakhuis, hij werkte bij de gemeentelijke plantsoenendienst.
Nr 57, daar woonde de familie van Leeuwen.
Daarnaast was een stuk weiland van Chris van Winden van Noordweg 39. In ca. 1930 is op dit terrein de voetbalvereniging Oliveo begonnen te voetballen. Van Winden had hen toegestaan om in het weekend hier te voetballen. In de week was het gewoon weiland en liepen hier de koeien en schapen.
In 1948 kreeg Oliveo een eigen terrein aan de Klapwijkseweg aan het begin van de Monnikenweg. Het bijzondere van dit terrein was dat er tussen het voetbalveld en de zit-tribune een weg liep. Het kon dus zo maar gebeuren dat er tijdens de wedstrijd een auto voor het publiek langs reed. In 1967 verhuisde Oliveo naar het huidige terrein aan de Sportlaan.
Daarna stonden er twee woonhuizen en daar woonde destijds de familie Duinisveld en de familie Faber. Faber was schoolmeester op de Beatrixschool.
Vervolgens was op nr 71 kregen de boerderij waar destijds de familie Cor Sonneveld boerde. Cor en Aafje hadden 11 kinderen, waarvan 6 zonen. In 1954 emigreerde 2 zoons naar de provincie Quebec in Canada en begonnen daar een boerderij. Later emigreerde ook dochter Klazien en vervolgens ging het hele gezin
De boerderij verkochten zij aan Wout van Wijk. Van Wijk was melkrijder en haalde volle melkbussen op bij de boeren en bracht ze naar de melkfabriek. Na afloop bracht hij de lege, schoongemaakte melkbussen weer terug bij de boeren. Dit was best een heel secuur gebeuren want iedere boer had zijn eigen genummerde bussen en die moest hij dus ook weer bij de juiste boer terugbrengen.
Het was wel zwaar werk, want die stalen bussen wogen zelf nogal wat en gevuld met 40 liter melk had je een heel gewicht. Met een enorme zwaai gooide ze die bussen op de auto en heel vaak werden ze ook nog twee hoog gezet.
Onder meer door de automatisering verdwenen de melkbussen en gingen de boeren de melk in grote tanks opvangen. De melk uit die tanks werd met een tankwagen opgehaald en naar de fabriek gebracht. Het werkte natuurlijk veel efficiënter.
Voor Wout van Wijk betekende het dat hij naar een ander soort vervoer moest uitkijken. Hij ging over op het vervoer van bloemen en planten van de kwekers naar de veiling. Het was een lucratieve business, want al snel reed hij met meerdere auto’s onder de naam Arjano. In 1983 verhuisde hij naar Honselersdijk. Nog regelmatig zien we de auto’s van Arjano door ons dorp rijden om bij de kwekers de bloemen en planten op te halen en naar de veilingen te brengen.
Na Wout van Wijk nam Arie van Winden (zoon van Chris van nr 39) de boerderij over Arie was zelf tuinder en hield op het land een aantal schapen. Hij liet het huis grondig verbouwen en maakte er een mooi geheel van.
| Vader Cees en Jan Ruigrok melken de koeien, terwijl moeder Ruigrok en toekomstig schoondochter Annie Tas komen kijken |
Op nr 73 was de boerderij van Cees Ruigrok. Cees had naast het land achter de boerderij ook stukken land her en der in Pijnacker. O.a. aan de Vlielandseweg, De Noordweg, De Helpolder en aan de Zuidweg. Op die verre stukken werd meestal gehooid of er liepen schapen of zogenaamde vetweiders op te grazen. Cees had 3 zonen en daarvan emigreerde eerst zoon Frans naar Canada. In 1954 volgde ook zoon Jan en ze hebben daar samen een boerderij over genomen of opgezet. Frans had zijn verloofde, Truus Overes (Uit de Prunuslaan, toen Hesselt van Dintherlaan) overgehaald om ook te emigreren en ze trouwden daar.
Jan Ruigrok had voor zijn vertrek verkering met Annie Tas. Ze trouwden in 1957 zijn samen vertrokken ze naar Ontario in Canada. Al na een paar jaar besloot Frans om in een fabriek te gaan werken en de boerderij geheel aan Jan en Anne over te dragen. Zij verkochten na een paar jaar het bedrijf en wisten een andere farm te kopen. Door steeds stukken land bij te kopen wisten zij deze uit te breiden tot een welvarend bedrijf van 600 acre met voldoende melkvee om royaal van te kunnen leven. Ze teelden ook mais, graan en sojabonen.
Zoon John bleef op de boerderij koeien melken. In 1958 bouwde hij nog een nieuwe stal met een zogenaamde melkkelder, modern voor die tijd.
Toen er vraag ontstond naar “boerenmelk” besloten John en zijn vrouw Cock Beinsdorp om melk aan particulieren te gaan verkopen. De handel werd in 1980 later uitgebreid met boter en kaas, die ze zelf maakten.
Na John heeft zijn zoon John en echtgenote Agnet de boerderij overgenomen totdat de gemeente steeds meer van hun land nodig had voor huizenbouw. In 2010 besloot hij naar Brabant te vertrekken en daar verder te boeren.
Op nr 81 was de boerderij van Jaap Ruigrok. Jaap was ook een boer met melkkoeien. Hij had een zoon Arie en die heeft het bedrijf overgenomen. Echter bij de ontwikkeling van Noord en het sportpark moest Arie zijn land afstaan en vertrekken. Op die plek werd een nieuw zwembad met de Steinbach sporthal gebouwd. De hal werd vernoemd naar onze zustergemeente Steinbach in Duitsland.
Op zijn land kwam het ook sportpark De Groene Wijdte.
| Buitenzwembad met Steinbach Sporthal |
| 1968 Opening Steinbachhal door schaatster Stien Keizer en wethouder Sonneveld |
Met het nieuwe zwembad was iets merkwaardigs aan de hand. Men wilde, naast en flinke buiten-accommodatie ook een binnenbad om ook in de winter zwemles te kunnen verzorgen. Echter er was niet voldoende geld voor. De gemeente besloot toen om het zwembad gebouw zodanig in te richten dat het in de zomer als kleedruimte gebruikt kon worden en in de winter als binnenbad. In de zomermaanden werd het bad afgedekt en stonden er kapstokrekken op. Maar de sporthal begon al snel gebreken te vertonen. Het was een voor die tijd revolutionaire bouw tegen relatief lage kosten.
De gebreken werden van dien aard dat besloten werd tot volledige sloop en herbouw. Meteen werd besloten om de sporthal te verplaatsen zodat het meer aansloot voor de korfbalvereniging Avanti die zijn terrein verderop aan de Sportlaan had. Daarachter waren de tennisbanen.
In 2011 werd de nieuwe sporthal en het zwembad geopend.
Over de Boezem werd het Molenpad omgevormd tot de Sportlaan. Via de Sportlaan komen we bij de tennisbanen en de sportvelden van de voetbalverenigingen Oliveo en DSVP en de hockeyvelden van HCP die in de lage Helpolder zijn aangelegd. Het sportpark “De Groene Wijdte” werd in 1970 door de Commissaris van de koningin geopend.
Aan het begin van de huidige Sportlaan stond destijds een huis en daar woonde de familie De Bree. Het huis is gesloopt bij de aanleg van het sportpak.
DE EVEN NUMMERS
Kijkend vanaf de Laanbrug naar de rechterkant van de Noordweg dan zag je na de zijkant van de woning van de burgemeester een stuk weiland waar Willem Haket zijn vee op hield. Hij woonde zelf in het laatste huis op ‘het Pad’ dat genummerd was met Noordweg 26d.
| 1948 Willem Haket met z’n vee achter de huizen van de Oostlaan |
Hij had maar een paar koeien en hield ook nog wat geiten en kalveren. Willem had een groot gezin en de 2 oudste zoons Cor en Aad zijn op een stuk grond van buurman Wim Sonneveld in ca 1950 een platglastuinderij begonnen.
Willem Haket was inmiddels op leeftijd gekomen en stopte z’n bedrijf. Op de vrijgekomen grond begonnen zijn zonen Wim en Jan een tuinderij.
Het duurde echter niet lang, want al in 1954 werd begonnen met de onteigening van alle grond voor woningbouw tussen de Noordweg en de spoorlijn vanaf het slootje achter de huizen van de Oostlaan tot aan de Goudenregensingel.
Cor en Aad konden door bemiddeling van de kerk in Korea (de huidige Monnikenweg) hun tuinbouwbedrijf voortzetten. Wim en Jan verplaatsten hun bedrijf naar Nootdorp.
De vaart langs de Noordweg werd gedempt en er werden op het land huizen gebouwd. De huidige Lijsterbeslaan.
Op Noordweg nr 10woonde destijds de familie Bonefaas. Bonefaas reed op een invalide motor driewieler. Zo’n pruttel apparaat met een lang stuur naar het voorwiel.
Later vond een huisruil plaats metde familie Fer Bunnik van nr 12 . Dit was een groentekweker die gewoond had aan de Westlaan en daar een tuin achter het huis had. Deze tuin grensde aan de tuin van de familie Weerheim (zie nr 25 en 27). Zij gingen ook naar de tuin over het toegangspad van de familie Weerheim. Fer Bunnik had een groot gezin en breidde het huis met een flink stuk uit. Hij teelde eerst groente, maar was overgestapt op Bromelia bloemen en was daar zeer succesvol in, en wist ook nieuwe soorten te ontwikkelen.
Twee zoons van Fer begonnen in Bleiswijk een planten- en bloemenkwekerij en wisten dit in de loop der jaren uit te breiden tot wel 7 bedrijven met een miljoenen omzet en een wereldwijde afzetmarkt.
Zoon Frans nam het bedrijf van z’n vader over en was ook succesvol. Hij besloot een geheel nieuw bedrijf te stichten op de Lange Campen. Hij bouwde daar een groot huis in de vorm van een boerderij en een hoge kas. Helaas lukte het Frans niet om de exploitatie rond te krijgen en is failliet gegaan. De kassen zijn inmiddels in 2018 gesloopt. Er is op het terrein een nieuwe kas gebouwd door de familie Luiten.
Op de foto uit 1935 de Noordweg vanaf huisnr 810an de familie Bunnik.
Op de hoek van de Hesselt van Dinterlaan woonde destijds Rozenboom. Dat was een vrachtrijder en handelaar in bouwmaterialen. Boven was een 2e woning en daar woonde de familie De Jong. Ik herinner me daar nog Teun van. Die had destijds veel te maken met een bandje. Ik weet de naam van dat bandje niet. Achter het huis waren een tweetal garages.
Daarna kwam de brug naar de Hesselt van Dinterlaan. Deze straat heet nu de Prunuslaan. Dit was een doodlopende weg met aan iedere kant 4 á 5 huizen. Een ideale plek om allerlei spelletjes te doen.
Een veel gespeeld spel was ‘blikkenbus’. Hierbij werd een leeg groente- of stroopblik in het midden van beide garages gezet. Diegene die hem was stond met zijn ogen bedekt en telde tot 50 of 100. Onderwijl verstopten de anderen zich in de buurt. Daarna riep de zoeker ‘Wie niet weg is wordt gezien’ Daarna moest de zoeker de anderen gaan zoeken en als hij of zij er een gezien had dan riep hij hard ‘Buut voor …’ die persoon moest dan tevoorschijn komen en zich in de buurt van de bus opstellen. Een speler mocht ook stiekem sluipen naar de buutplek, voordat de zoeker hem had gevonden. Had een speler de buutplek bereikt? Dan roept deze speler ‘buutvrij’. Deze speler had gewonnen van de zoeker. Het spel ging door tot alle spelers waren gevonden of tot alle spelers ‘buutvrij’ hadden geroepen. Er zijn meerdere varianten op het spel. Bij de volgende ronde werd een nieuwe zoeker gekozen.
Op de Hesselt van Dinter (nu Prunuslaan) waren vijf huizen. Daar woonde aan de rechterkant de familie Benschop. Hij werkte bij de gemeente als bode.
Daarna de familie Koos van Winden. Van Winden was tuinder in het tuinbouwgebied bij de Rijskade, bereikbaar via het pad bij Noordweg nr 51. Daar is nu Ammerlaan “de Green innovator”
Verder woonde in het laatste huis de familie Fransen. Fransen werkte als knecht in een tuinderij en was tevens gemeenteraadslid.
Aan de linkerkant was eerst de SPAR de kruidenierwinkel van Ant. de Jong en vervolgens 2 huizen van de familie van Atten, Van Atten was tuinder en had een tuin rechts op de Noordweg ter hoogte van Kluiters de kolenboer.
| Ca 1950 Op de schoolbrug welpen op weg naar een kamp met Akela Riet van Lamoen, Jan Termoshuizen, en kapelaan Suiker |
In het laatste huis woonde de familie Overes. Overes was vrachtautochauffeur bij de graanmolen de Aker op de Delftsestraatweg. Hij bracht alle bestelling van de molen bij de mensen thuis en haalde het te malen graan op. Die vrachtauto was ook een ideaal vervoermiddel voor verschillende verenigingen als ze naar hun jaarlijkse kamp gebracht moesten worden. Overes was daar niet te beroerd voor.
De dochter, Truus Overes is in 1954 geëmigreerd naar Canada, samen met Frank Ruigrok, een zoon van Cees Ruigrok van Noordweg nr 73.
Aan het eind van de straat was de tuin van Wim Sonneveld. Die woonde aan de Hesselt van Dinterlaan nr16 tegenover wat nu de Schakelaar is. Zijn tuin liep van de Noordweg door tot achter de kerk. Daar was een grote boomgaard, waar wij wel eens fruit plukten.
De doorlopende straat was een ideale plek om te spelen.
| Kinderen in de Hesselt van Dinterlaan (nu Prunuslaan) voor de huizen van Van Atten en Overes spelend op de stoep. |
Het volgende gedeelte van de Noordweg met rechts de reclameborden van de winkel op de hoek van de Prunuslaan (voorheen Hesselt van Dinterlaan).
Hesselt van Dinterlaan nr 80 (nu Prunuslaan) was de Sparwinkel (foto uit 1960).
Deze werd eerst erund door de familie Boers en later door de familie Anton de Jong.
De familie Boers is geëmigreerd naar Canada .Anton de Jong heeft de winkel in ca 1965 verplaatst naar de Meidoornlaan. Dat werd later de modewinkel van Woudwijk en is nu een tandheelkundig centrum.
Vanaf ca. 1966 was hier enige jaren de elektronica winkel van Arie Notenboom gevestigd. In 1980 werd het verbouwd tot café en heeft verschillende eigenaren en namen gehad. Het werd eerst ‘De Noordhoek’, daarna ‘De Bombardon’ en in 1992 ‘Havana’, in 2004 werd het ‘Abby Road’ tot 2013. Nu is het café ‘Het Hoofdkantoor’.
Naast de Sparwinkel stonden een tweetal huizenblokken. In het eerste huis nr 30 woonde destijds de familie Koos Vonk. Koos Vonk was medeoprichter van het tanktransportbedrijf JAWICO aan de Boezemweg. (JAcobus Vonk, WIm van Wijk en COr Zegwaard)
Op nr 16 woonde de familie Ammerlaan, die een tuinderij hadden verderop aan het eind van ’het pad’ bij nr 26.a t/m d. Jan Ammerlaan had een kas en in het voorjaar zorgde hij voor de opkweek van de komkommerplanten die de platglastuinders in de buurt nodig hadden. Hij teelde hiervoor zelf pompoenzaad dat hij nodig had om de komkommerplanten te enten. De komkommerzaden betrok hij van een gespecialiseerd zaadbedrijf. Hij zaaide de komkommerzaden en de pompoenzaden tegelijk in speciale zaadbakken in de verwarmde kas en als de beide plantsoorten ca 10 cm hoog waren werd er in de stelen een kleine inkeping gemaakt (de komkommerplant omhoog en de pompoen plant omlaag). Bij de inkeping werden ze in elkaar geschoven en met een stukje loodstrip vastgezet en opnieuw gepoot. De bedoeling was dat het wortel gestel van de pompoen de groei van de komkommerplant zou overnemen en de plant veel langer zou kunnen groeien en meer komkommers kon leveren. Een techniek die heden te dage nog steeds wordt toegepast. Het wortelgestel van de pompoenen was van nature veel sterker dan die van de doorgekweekte komkommerplanten.
Op nr 18 woonde de familie Kranenburg. Kranenburg was timmerman en had zijn bedrijf , samen met andere familieleden op de Oostlaan. Van huis uit stonden zij ook bekend als molenmakers. De dochter trouwde met een van Wijk en die had een transportbedrijf aan de Boezemweg. Opmerkelijk is dat zij gingen inwonen bij vader en moerde Kranenburg op de Noordweg en daarvoor overkapte ze de poort tussen hun huis en het huis van Jan Ammerlaan van nr 16. Er kwam als het ware een volwaardig huis tussen.
Foto vanaf de Goudenregensingel nabij de Noordweg. Links staan de huizen van Het Pad en in de verte rechts zien we een huis boven de kassen uitsteken. Hier woonde destijds Bertus Tetteroo en daarachter zijn de bosjes van het zwembad te zien.
De ‘gele brug’ in de Noordweg, hoek Goudenregensingel was in erbarmelijk slechte staat. De brug lag over de poldertocht of Oostwatering.
Enkele jaren daarvoor had men al een systeem van balken onder de brug aangebracht om deze te stutten. Gevolg was wel dat de veilingschuiten er niet meer onderdoor konden. De tuinders uit het gebied aan de Westkant van de Noordweg waren nu gedwongen om eerst helemaal naar de sluis te varen en vandaar over de Pijnackerse vaart langs de Westlaan naar de veiling te gaan.
Start met de aanleg van een noodweg over de tuinderijen van de familie Tas.
Hier wordt onder grote belangstelling van de buurt bewoners een begin gemaakt met de vervanging van de brug.
Beton storten voor de nieuwe brug. Het valt wel op dat een groep kinderen, waarbij ikzelf er met hun snufferd bovenop staan.
Er kwam een mooie stevige betonnen brug. De brug ligt 1,85 meter boven het water vanwege de tuindersschuiten.
Goudenregensingel met aan de andere kant van de Oostwatering nog de tuinderijen
Over de Oostwatering was een tuinderij van de familie Bekkers.
Op nr 24 (In 1942 werd dit nr 40) woonde de familie Wim Tas. Die hadden daar in 1929 een nieuw huis gebouwd en waren op ruim één ha grond een groentekwekerij begonnen. (foto uit 1940).
Zij kregen 14 kinderen. 7 jongens en 7 meisjes. Van de jongens zijn er 4 ook tuinder geworden. Er werden komkommers, bloemkool, sla en ook bloemkoolzaad geteeld.
Alle tuinders in de buurt teelden destijds ongeveer dezelfde soorten groenten. Men kocht het zaad bij de zaadleverancier en zaaiden het meestal zelf. De platglaskomkommers waren wel de hoofdteelt en de planten werden opgekweekt bij en gespecialiseerd bedrijf (Jan Ammerlaan van Nr 16).
Naast het huis was een grote boomgaard waar allerlei soorten fruitbomen stonden. De hele zomer werd daarvan het fruit geoogst, maar in ca 1950 werd de boomgaard gerooid en werd er een zogenaamde “trekkas” van ca 400m2 met verwarming gebouwd. In deze trekkas werden voortaan zelf de komkommerplanten opgekweekt en geënt.
Twee meisjes, Annie en Gerda zijn in 1957 naar Canada geëmigreerd en hebben daar, samen met hun echtgenoten als boer een welvarend bestaan opgebouwd.
In 1960 werd de tuin voor een spotprijs onteigend voor woningbouw. De oudste zoon Leo kon verhuizen naar een tuin in Korea (nu Monnikkenweg). Moeder Tas bleef er wel wonen, maar in Zevenhuizen kocht ze een stuk weiland waar een nieuwe tuin werd gesticht met de 3 jongens Arie, Wim en Jan van toen resp. 23, 20 en 19 jaar oud.
| 1954 Vader en moeder Tas in de trekkas bij de gezaaide komkommerplanten met Wina op de achtergrond |
1952 Wim Tas met z’n vader Leen tussen het platglas
In die tijd was het gebruikelijk dat de tuinders, naast het groente kweken ook een koppeltje varkens hielden. De mest werd gebruikt voor de broei-veuren bij de komkommerteelt. En het vlees leverde ook nog wat op.
Zo was er bij ons achter de grote mattenschuur, een wat lagere varkensschuur met een tweetal speciale varkenshokken met voertroggen. Daar konden ca 20 mestvarkens worden gefokt. In het voorjaar kocht mijn vader een aantal biggen en die bleven totdat ze het gewenste slachtgewicht hadden bereikt. Als het vlees bij ons op was werd er ook regelmatig een eigen varken geslacht. Dat werd door een slager gedaan en het varken werd in de bijkeuken opgehangen en verwerkt. Het vet ging in grote keulse potten. We voerden de varkens onder andere meel en groenteafval uit de tuin.
Ze kregen ook slachtafval van slager Hogenboezem van de Westlaan. Dat slachtafval kookte hij in grote ketels en werd nog warm bij ons gebracht. De varkens kregen ook gestoomde aardappelen. Deze kwamen van de aardappel-stomerij Vonk van de Vlielandseweg. Als er veel afgekeurde aardappelen beschikbaar waren kwam er een grote vrachtwagen met nog stomende aardappelen. Die werden bij ons voor de mattenschuur in de ‘pet’ gedaan en afgedekt met grond. Die aardappelen waren nog prima om te eten en wij snoepten en dan ook van zolang ze nog warm waren. Het hele jaar konden we zo de varkens voeren.
Achter onze tuin was de tuin van onze ome Leo Tas. Die woonde toen zelf aan het Uitpad op nr 6, later verhuisde hij naar de Willem de Zwijgerlaan nr 29. Ome Leo teelde heerlijke suikermeloenen. Daar kregen wij er nog wel eens een van en die aten we meteen op. Hij teelde ook rode kool. Tussen die kool hebben we nog eens een haas gevangen. Die was op zijn vlucht tegen een plant op gelopen en groggy neergevallen. Wij hebben hem meegenomen en in een grote ton geprobeerd om hem in leven te houden. Dat is mislukt.
Dat deden wij ook een keer met en nestje jonge haasjes. Wij dachten die op te fokken als konijnen, maar dat mislukte jammer genoeg ook. Ome Leo teelde ook stambonen. In de vakantie hielpen wij bij het plukken van die bonen. Dat gebeurde in het open veld en in de eerste pluk kropen we tussen de planten door, maar bij de tweede pluk trokken we de planten uit en bleven we op een bepaalde plek de planten volledig leegplukken. Daar ontstond van lieverlee een grote berg bonen-lof en daar maakten we een schuilhut van tegen de wind.
Op de foto de familie Tas
Op nr 26 lag het ‘Pad’. Dit was een doodlopende koolas weg naar de tuinderijen die daar achter lagen. O.a. de tuin van Cees Schilperoort, Jaap Leijs en de daar achter gelegen tuinderijen van Piet Haket en Jan Ammerlaan
Piet Haket en zijn zonen kwamen over 2 boogbruggetjes over de spoorsloten en staken de spoorrails over om naar zijn tuin te komen. Ik heb wel eens een foto gezien van het spoor en daar kon je duidelijk het pad over de spoorbaan op zien.
Er lagen daar tussen de Noordweg en de spoorbaan steeds 2 tuinen achter elkaar.
Op het doodlopende pad stonden 5 huizen. Het eerste direct langs de Noordweg, daarachter 2 blokken van elk 2 huizen. In het eerste huis woonde op nr 26 Cees Schilperoort. Deze was tuinder en zijn tuin lag in het verlengde van het pad.
Op nr 26a, het eerste huis in het eerste blok woonde de familie Soeterbroek. Dit was een groot gezin en het huis werd dan ook veel te klein. Ze verhuisden naar een huis in de nieuw gebouwde Willem de Zwijgerlaan. In het leeg gekomen huis kwam toen de familie Cor van Winden, een gestopte tuinder uit de Oude Leede.
Van de familie van Winden zijn 3 zoons Cor, Arie en Piet van Winden naar Canada geëmigreerd.
Op nr 26b in het 2e huis van het eerste blok woonde de familie van der Toolen. Van der Toolen was in de zomermaanden ijsboer, hij reed met een ijscokar door het dorp en ventte ijs.
Op nr 26C in het eerste huis van het 2e blok woonde de familie Rutten. Dit was ook een groot gezin. De ouders heb ik zelf niet gekend. Het hoofd van het ouderloze gezin was Mien. De alom bekende Mien Rutten. Verder was er een tweeling Toni en Martha die beiden in het ziekenhuis Antoniushove in Voorburg werkten. Verder hadden we Adriaan. Hij was actief bij de voetbalvereniging Oliveo. Hij heeft nog enige jaren bij mijn vader als knecht in de tuin gewerkt. Ben was in de winter actief op de ijsbaan als baanveger en assisteerde bij schaatswedstrijden. Ben werkte bij de Coöperatie ‘de boerenbond’ op de vrachtauto en bracht de kunstmest en dierenvoer rond bij de boeren. Ook was er de legendarische Gerard Rutten. Die was ook actief bij Oliveo, onder meer als waterdrager bij het 1e elftal en won in 1983 de Kauffman trofee. Gerard werkte in de tuin bij Arnold van Winden. Toen Arnold door een noodlottig ongeval in de tuin door kolendampvergiftiging in 1951 overleden was is hij nog enige jaren baasknecht geweest in de tuin van Arnold’s weduwe.
In het laatste huis nr 26d woonde de reeds in het begin van dit hoofdstuk genoemde boer Willem Haket. Hij hield slechts een paar koeien en had daarvoor achter het huis een kleine stal.
| Noordweg nr 26 met rechts het pad. en links de tuin van de Koekoek |
Ze hadden daar ook en kleine karnton en maakten boter. De oudste zoon Cor Haket speelde in het orkest bij de muziekvereniging St Jan de grote toeter zoals wij dat noemde.(Tuba) Hij zat regelmatig buiten te oefenen. Verder hadden we Qrien Haket. Die voetbalde ook bij Oliveo en werd later voorzitter. Qrien heeft de Telstar drukkerij overgenomen van zijn oom Piet Pijnacker. Hij heeft de drukkerij opgebouwd tot een welvarend bedrijf aan de Boezemweg en op het hoogtepunt verkocht.
Voorbij het pad was de tuinderij van Adriaan van Winden (wij noemden hem De Koekoek). Wij wisten eigenlijk niet waar die naam vandaan kwam. Later kwamen ik er achter dat op die plek zo rond 1800-1850 een bierbrouwerij heeft gestaan. Die brouwerij had de naam “De Koekoek” en was in 1834 nog volop in bedrijf. Halverwege de tuin begint nu de Lindelaan.
Op nr 32 was destijds een boerderij zonder land. Daar woonde de familie Van Reenen en ook nog de familie Bazuin. Het huis is gesloopt en vervangen door een nieuw huis net voorbij de Lindelaan.
Dan kwam er een koolas pad dat naar de tuinderijen achter de huizen daar liep. Onder meer tuinen van Quirien Haket, Fransoo, Cor en Tinus Ruigrok, Leo (Wals) Ruigrok en Jan van Atten
| Schaatsen op de sloot in de winter |
Rijtje arbeiderswoningen met nu nr 64 tot en met 72 , waarvan er enkele samengevoegd zijn.
ordweg 34 (nu 62) was het huis van de familie Lindeman. Lindeman was destijds secretaris-penningmeester van de woonbouwvereniging Pijnacker. Hij is dat geweest vanaf 1933 tot 1971 en hij was tevens actief in de politiek en de vakbeweging. Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot erelid van de woningbouwvereniging en hij ontving, samen met de toen eveneens aftredende voorzitter Jaap Lalleman van de Nationale Woningraad de erepenning wegens de vele aan de volkshuisvesting bewezen diensten.
| Schaatspret op de vaart langs de Noordweg, familie Fransoo |
Op nr 36 woonde de familie Van de Berg. Wij speelden met de zonen Ed en Ruud. Met Ed hebben we een keer problemen beleefd. Het was winter en het zwembad was bevroren. We konden over het ijs lopen, maar het was nog wel erg dun. Na verloop van tijd begon het ijs wel te kraken en niemand durfde er nog over heen te lopen. Maar Ed wel en laat hij nou zo ongeveer in het midden door het ijs zakken. Het was gelukkig in het ondiepe gedeelte en Ed kon al wadend en het ijs kapot trappend aan de kant komen. Hij was natuurlijk drijfnat en erg kwaad. Hij liep al stampvoetend lands de kleedhokjes. Alsof die hokjes de schuldigen waren. Op een gegeven ogenblijk ging hij een hokje in en klom op de plankjes van het zitgedeelte en begon als een bezetene te springen. Daar waren die plankjes niet tegen bestand en voordat we het wisten had hij ze kapot getrapt. Dat deed hij zo met nog een aantal hokjes. Later kregen wij de politie op bezoek en die wilde weten wie die hokjes gesloopt had. Achteraf hoorden we dat er nog veel meer schade aan het zwembad was en dat er nog anderen aan het slopen geweest waren.
Op nr 38 woonde de familie Van Wamelen.
Daarnaast was de slagerij van Henk van de Wenden. De slagerswinkel was achter de huizen en hij verkocht daar vlees. Om bij de winkel te komen moest je de poort naast het huis door. Frans de Vries werkte bij Van de Wenden en bracht de bestellingen van de klanten weg met een grote zogenaamde “transportfiets” met een grote mand voorop. Ik vond het altijd een hele kunst om met zo’n grote mand voorop de fiets te rijden. Van de Wenden woonde zelf aan de Katwijkerlaan. Hij had de slagerij in 1949 overgenomen van Frans de Vries. In 1960 verhuisde de slagerswinkel naar de Stationsstraat., waar hij wat bekender werd. Kluiters de kolenboer heeft later op dit terrein achter die huizen garageboxen laten bouwen.
Op nr 46 woonde de familie Ruigrok . Het was ook een groot gezin. Een paar zonen waren tuinder en hadden hun tuinen achter de huizen richting de spoorbaan.
| Familie Ruigrok voor het huis |
Jan Ruigrok, een van de zonen, was oprichter van het bekende accountantsbureau Bloemendaal en Ruigrok . Hij woonde destijds met zijn echtgenote Fie aan de Westlaan en net na de oorlog was er behoefte aan deskundige boekhoudhulp. Op de Westlaan woonde ook Bert Bloemendaal en die deed hetzelfde werk en in 1948 besloten ze een samenwerking aan te gaan. Het kantoor groeide in de loop der jaren tot het toonaangevende bedrijf wat het nu is.
Op nr 48 Woonde de familie Wim Kluiters, de kolenboer. Kluiters had een grote vrachtauto en bracht in de herfst de kolen voor de winter bij de mensen thuis. Die kolen kwamen meestal met de trein aan en Kluiters sloeg ze bij hem thuis op per soort in grote hokken in de schuur. Hij deed ze daarna in zogenaamde “mudzakken” en bracht ze zo bij de mensen thuis. Dat was best een behoorlijk zwaar werk om die zakken op je nek te hebben en er een flink stuk mee te lopen. Later zorgde hij ook voor de kolen die de tuinders voor de kasverwarming nodig hadden. Na de kolentijd ging hij ook over op de levering van huisbrandolie.
Later heeft Kluiters de kolenhokken gesloopt en daar garages gebouwd. Toen de sloot langs de weg gedempt was heeft Kluiters ook een benzine station (Het Noorden) geopend. Dat lag echter in de bebouwde kom en is 1984 verplaatst richting Nootdorp naar Noordweg nr 97
| Benzinestation Het Noorden, Noordweg 78 met achter het huis de kolenschuur |
Op nr 50 (nu 82) woonde destijds de familie Aad de Koning en die hadden een tuinderij met kassen, waar hij onder andere tomaten en sla in teelde. Het was nog de tijd met zogenaamde “koude kassen” en “stookkassen”. Maar in een deel van de kassen werd gestookt met kolen en over het algemeen waren de kassen niet zo groot. Met 2.000m2 had je al een flink warenhuis. Toen ik een jaar of 13/14 was heb ik nog bij de Koning in de tuin gewerkt. Met tomaten plukken en dieven van de tomaten en allerlei andere tuinklussen. Vooral in de vakanties was dat een leuke verdienste.
| Op de brug naar nr 50 van Koos van Winden |
Voordien woonde daar de familie Koos van Winden, een zoon van de al eerder genoemde Aai van Winden van de boerderij Noordweg nr 39 . Koos was daar in 1929 een tuinderij begonnen op land van zijn vader. Hij zag aankomen dat hij binnen afzienbare tijd zou moeten opkrassen, omdat de grond nodig was voor huizenbouw en besloot om met zijn gezin met zes kinderen en tweede vrouw in 1949 te emigreren naar Napa in Californië. De leeftijd van de kinderen varieerde van 9 tot 21 jaar. Hij is daar een hoveniersbedrijf begonnen. Voor zover ik begrepen heb was hij een gids voor familieleden die ook naar Californië geëmigreerd zijn.
Voorbij de tuin van Aad de Koning was een kool-as pad naar het zwembad. Aan het einde van het pad was het openlucht zwembad dat in 1930 door een groep particulieren (de groep van tien) was aangelegd. Naast het zwembad was een tennisbaan met 2 banen. Aan een kant van het zwembad stonden houten kleedhokjes en aan de andere kant waren bosjes. Bij grote drukte was er altijd gebrek aan kleedruimte en kon je je zelf ook omkleden in de bosjes.
Aan de achterkant van het zwembad liep de rails van de Hofplein spoorlijn. Over het zwembad is veel te vertellen. Er was een duikplank en in het midden liep er een brug. Een keer per jaar werd het bad drooggelegd en schoongemaakt en ontdaan van vissen en andere ongerechtigheden. Het bad werd gevuld met gefilterd slootwater en vissen tierden er welig. Het was gebouwd op veengrond en het beton was in de loop der jaren gaan scheuren. Het werd dan ook hoog tijd dat het in de jaren 1960 vervangen werd door een beter bad. De tennisbaan lag een stuk lager in de veengrond. Het gevolg was dat het heel vaak onbespeelbaar was vanwege het vele water dat op de baan bleef staan.
Langs het pad vanaf de Noordweg naar het zwembad was rechts een sloot en links waren er twee tuinderijen. Het eerste stuk vanaf de Noordweg was van Frank van Schie, en die woonde verderop op de Noordweg op nr 95. Het volgende stuk was van Toon Bekkers en zijn oudste zoon Frans .
Op deze tuin is in 1965 de Albert Schweitzerlaan aangelegd en door een zevental inwoners een zogenaamd “zelfbouw-project” gestart. Zij bouwden in hun vrije tijd zelf hun eigen huis.
Op nr 58 (nu nr 100) woonde Janus Gravensteijn. Hij was ook tuinder en had een zoon Arie. Toen er al sprake van was dat daar te zijner tijd huizen gebouwd zouden worden en de tuinders moesten verhuizen heeft Janus zijn tuin verkocht aan Bert van Heijningen van de Boezemweg. Bert heeft daar meteen een warenhuis op gebouwd en nog een aantal jaren tomaten geteeld. Bij het onteigeningsproces van de grond in 1967 was Van Heiningen een van de laatste bedrijven die de gemeente heeft verworven. Rondom het bedrijf werd al volop gebouwd terwijl op de tuin nog kassen stonden waar tomaten werden geteeld Op een luchtfoto uit 1967 is dat nog duidelijk te zien. Aan beide kanten van de Dunantlaan waren twee bedrijven die de gemeente nog niet in haar bezit had. Na dreiging met onteigening zijn ze het toch eens geworden.
Op nr 60 woonde de familie Arie Sonneveld en op nr 64 (nu 108) woonde de familie Leen Sonneveld. Zij hadden een gezamenlijke tuin en teelden daar, net als alle tuinders in de polder komkommers, bloemkool, sla, andijvie en dergelijke.
Leen Sonneveld had een zoon, Hans die doofstom was en achterop het spatbord van zijn fiets een plaatje had zitten met de aanduiding “doofstom”
| Huis van Niek Kluiters en later Pim Hoogerdijk Noordweg 66 |
Op nr 66 was een boerderij en die was van Niek Kluiters, de kolenboer. Zijn zoon woonde in het huis en de schuur werd gebruikt voor opslag van handelswaren.
Toen Niek Kluiters zelf een eigen huis kreeg kwam daar Pim Hoogerdijk daar wonen. Hij was ook tuinder achter het huis. Bij de ontwikkeling van plan Noord zijn het huis en de schuur in 1966 gesloopt.
| Vader Niek met zoon Niek Kluiters fatsoeneren de tuin rond het huis |
| Boerderij van Nelemaan en het gemaal (nu Thorbeckelaan) |
Daarna kwam de boezem en het Molenpad. De boezem voerde het water af van de nieuwe polder van Pijnacker dat de molen van Neleman omhoog pompte. Het Molenpad was een binnenweg van de Noordweg naar de Nieuwkoopseweg. Het was een verbinding met beperkingen want je moest halverwege langs het elektrisch gemaal over het terrein van boer Neleman en onder de spoorbaan door met een rijhoogte van ca 2 meter. Voor de boeren met hun melkkarren en voetgangers was het ideaal. Vroeger heeft hier een heuse windmolen gestaan, maar deze was al jaren geleden vervangen door een elektrisch gemaal.
| De boezem vanaf het gemaal |
Voorbij het Molenpad was het tot aan Nootdorp een open polder met weilanden waar wij in de zomer vaak vogeleieren zochten en veel plezier beleefden. Er waren heel veel sloten en over de meesten konden we heen springen, maar een enkele sloot was breder en daar sprongen we wel eens mis en kwamen dan met een nat pak thuis. In de polder waren ook stropers actief. Zo vond ik eens een plek waar een stroper mollen had zitten villen en de lijkjes in de slootkant had achter gelaten. Een onbeschrijfelijke stank gaf dat. De boeren waren meestal niet blij met jongelui die in de polder struinden en als we gesnapt werden moesten we benen maken.
In 1966 werd in het eerste gedeelte van de polder de woonwijk “Lage Noord” gebouwd. Er werd toen ook een vijver aangelegd tegenover de Nobellaan en in het midden kwam een fontein
Dat was een geschenk van het waterleidingbedrijf De Tien Gemeenten in 1970 bij het 40 jarig bestaan. Helaas heeft de fontein maar kort gefunctioneerd. Op de vijver heeft de Oranje vereniging heel wat activiteiten georganiseerd tijdens de Oranjefeesten.
| Fontein in de vijver bij de Nobellaan , geschenk van het drinkwaterleiding bedrijf De tien gemeenten bij het 40 jarig bestaan |
Achter het Molenpad werd vanaf 1965 de lage Noord gebouwd en verder werd het Balij-bos aangelegd.
Emigratie van de Noordweg rond 1950
Na de tweede wereldoorlog zat de economie in de lift. In grote boeren- en tuindersgezinnen zochten zonen naar mogelijkheden om een eigen bedrijf te beginnen. Helaas werd dat steeds moeilijker. Op het bedrijf van de ouders konden meestal slechts een of twee zonen terecht. Door de gestegen grondprijzen was het ontzettend moeilijk om op eigen kracht een bedrijf te starten of een bedrijf van een ander over te nemen. Voor een dergelijk investering van vaak meer dan een miljoen had je meer eigen geld nodig dan waar de ouders je mee konden helpen.
Zonder een flinke eigen (familie)inbreng waren banken niet bereid om de rest van het benodigde geld beschikbaar te stellen. Het gezegde dat je toen wel eens hoorde was dat ‘bij een dergelijke aankoop je kinds kinderen de lening nog af moesten betalen’.
Veel jonge mannen dachten daarom aan emigratie naar het buitenland, waar betere mogelijkheden waren. Niet toevallig werd in die tijd door de overheid ook veel reclame gemaakt om je geluk elders te zoeken door te emigreren. Vooral Australië, Canada en Amerika waren populaire landen.
De regering had een ‘emigratiedienst’ opgericht die niet alleen voorlichting gaf over de betreffende landen, maar ook daadwerkelijk mee hielp met het betalen van een deel van de reissom naar het beloofde land. Veel jonge mannen lieten zich verleiden om de stap te wagen. Ook in de emigratielanden werden speciale diensten opgericht om emigranten op te vangen en in de eerste periode te helpen met het zoeken van huisvesting en werk. Alleen al van de Noordweg emigreerden in die jaren de volgende personen / gezinnen.
Jan van Winden van Noordweg 39 was een van de 12 kinderen van boer Aai van Winden (1866-1949). Zoon Jan (1900-1977) besloot in 1919 op 19 jarige leeftijd te emigreren naar Amerika. Hij monsterde aan als stoker op een vrachtschip voor een tocht naar New York. Op een avond ging hij daar passagieren, zoals dat heette en ‘vergat’ om op tijd naar het schip terug te keren. Hij werkte als boerenknecht en verdiende illegaal de kost gedurende 2 jaar. Indertijd was het zo dat als je twee jaar illegaal in Amerika verbleef, dat je dan een legale verblijfsvergunning kon krijgen. Je werd dan geacht jezelf te kunnen redden en je mocht blijven. Jan van Winden is het gelukt. Later had hij een eigen boerderij. Tijdens de oorlog werkte hij in de scheepsbouw en vestigde zich in Oakland bij San Francisco. Na de oorlog werkte hij zomers bij de goudmijnen in Alaska.
Koos van Winden van Noordweg 82. Koos (1899-1973) was ook een zoon van Aai van Winden van de boerderij Noordweg 39 en was aan de Noordweg op een stuk grond van zijn vader in 1929 een tuinderij begonnen. Hij zag aankomen dat hij binnen afzienbare tijd zou moeten opkrassen, omdat de grond nodig was voor huizenbouw en besloot om met zijn gezin met zes kinderen en tweede vrouw in 1949 te emigreren naar Napa in Californië. De leeftijd van de kinderen varieerde van 9 tot 21 jaar. Daar begon Koos een hoveniersbedrijf.
Arie van Winden van Noordweg 37. Arie (1927-199) was een zoon van Janus van Winden en klein zoon van Aai van Winden) vertrok in 1951 met het vliegtuig uit Amsterdam en ging in eerste instantie naar Quebec, Canada. Als hij direct naar de V.S. was gegaan dan had hij kans gehad naar Korea gezonden te worden waar de Amerikanen nog in een oorlog gewikkeld waren.
Hij emigreerde in die tijd naar Quebec samen met de drie broers Arie, Cor en Piet van Winden van van Cor van Winden van Noordweg 26a.
In 1954 kwam hij terug naar Nederland om te trouwen met Lenie Ruigrok van Noordweg 73 (1929-2011, dochter van Cees Ruigrok). Twaalf dagen na de bruiloft vertrokken hij en zijn vrouw met twee van haar broers, namelijk Jan en Frans, naar Canada waar hij een stuk land had gekocht met twee partners. Een van de twee partners heette ook Arie van Winden….
Omdat Lenie het te koud vond in Canada verhuisden ze in 1957 naar Napa, Californië. Vanaf 1958 werkte hij als hovenier bij het ziekenhuis.
Wies van Winden Noordweg 37 (1939-2014) (dochter van Janus van Winden) emigreerde ook naar Californië naar de plaats Napa samen met haar man Co Scholten uit Zoetermeer. Zij trokken naar haar ome Koos van Winden en haar broer Arie van Winden die daar in de buurt woonden. Zij kregen drie kinderen. Hij begon daar een timmerwerkplaats en specialiseerde zich in het maken van shutters. Zij wisten daar een bloeiend bedrijf van te maken.
Gerardy van Winden van Noordweg 37 (1925-2021) (dochter van Janus van Winden). Vertrok in 1964? Ook naar Napa Californië maar kwam in 1969 terug om te trouwen met Arie van der Meer.
Tiny van Winden Noordweg 39, (1937) dochter van boer Chris van Winden en kleindochter van Aai van Winden, is getrouwd met Wim Sebel en emigreerde in 1969 naar Ontario in Canada.
Frans Ruigrok van Noordweg 73 (zoon van Cees Ruigrok) met Truus Overes (dochter van Wim Overes van de Prunuslaan (toen Hesselt van Dinterlaan ) Frans vertrok in 1954 naar Quebec samen met zijn broer Jan en buurjongen Arie van Winden.
Jan Ruigrok van Noordweg 73 (zoon van Cees Ruigrok) vertrok in 1953. Hij had toen pas verkering met Annie Tas van Noordweg 40 (toen 24)(dochter van Wim Tas, maar vertrok alleen. Annie was helemaal niet van plan om te emigreren, sterker ze was er zelfs een tegenstander van. Maar Jan wist haar in zijn brieven toch zover te krijgen dat ze instemde om hem te volgen. In december 1956 kwam hij terug om zijn bruid te halen. In maart 1957 trouwden ze en vertrokken ze met de boot.
Gerda Tas van Noordweg 40 (toen 24) (dochter van Wim Tas 1905-1956) was begin 1957 vrijgezel en had toevallig even geen werk. Ze kwam toen op het idee om met haar zus Annie voor een jaartje mee te gaan naar Canada en dan weer terug te keren naar Nederland. Daarin vergiste ze zich, want in Canada waren heel wat Hollandse jongens die maar wat graag met een Nederlands meisje wilde trouwen. Ze was nog geen week in Canada of en kwam al een jonge Brabantse jongen bij de zwager van Gerda, Jan Ruigrok met een smoes om kippen te kopen. Hij had echter heel andere bedoelingen en binnen een week had hij een afspraakje geregeld. Nog geen jaar later waren ze getrouwd.
Cor, Arie en Piet van Winden Noordweg 26a. Drie zonen van Cor van Winden, geboren in respectievelijk 1923, 1924 en 1927. Cor was tuinder geweest in de Oude Leede, had z’n tuin verkocht en was verhuisd naar Noordweg 26A. Ook wel Het Pad genoemd, dit was een doodlopend straatje tegenover Noordweg 39.
Zoon Arie was verloofd met Ciska Hooimans en is nog in Nederland getrouwd, voordat ze vertrokken. De drie zonen wisten in Quebec met elkaar een bloeiend tuinbouwbedrijf op te bouwen. Arie en Ciska kregen 11 kinderen.
| Sla oogst. voor Wall mart, wel 40ha op een dag |
In 1983 werd besloten om het bedrijf op te splitsen. Arie, Ciska en hun zonen begonnen hun eigen bedrijf en bouwden dit uit tot een tuin van meer dan 1.000 ha.
Zij telen voornamelijk sjalotten, uien, allerlei soorten wortelen, sla, ijsbergsla, andijvie en kool producten. Dat wil zeggen in de zomer maanden, dan hebben ze wel 200 Mexicanen in dienst en bij hen gehuisvest in mobiele woonunits. In de 5 wintermaanden wordt er niet in de tuin gewerkt en gaan de Mexicanen weer naar Mexico terug, om in het voorjaar daarop weer terug te keren.
De kwekerij heet: Delfland Inc. en is gevestigd in Sherrington in de provincie Quebec.
De broers Cor en Piet richten zich meer op het verpakken en verkopen van de gekweekte producten. Zij zijn onder meer huisleverancier bij supermarktketen Wall mart. In 2016 is er een boek geschreven over de geschiedenis van de 3 broers van Winden. Inmiddels heeft de volgende generatie de zaken overgenomen.
De familie Rustenburg van Noordweg 43 met 8 á 9 kinderen is vertrokken naar Canada, naar de plaats Welland nabij de Niagara Falls.
Ook de familie Kaufman met hun kinderen uit de Stationsstraat emigreerde in die tijd naar die plaats. Beide families waren gereformeerd en trokken naar elkaar toe.
De familie Cor en Aafje Sonneveld van de boerderij Noordweg 71. Cor had 11 kinderen, waarvan 6 zonen. In 1954 emigreerde 2 zoons naar de provincie Quebec in Canada en begonnen daar een boerderij.
Later emigreerde ook dochter Klazien met haar verloofde Wout van Wijk. Ze ging in Canada bij een boer in de huishouding helpen en trouwde uiteindelijk met de boer.
Waarschijnlijk aangespoord door de positieve verhalen van hun broers kregen ook de andere zoons van Cor en Aafje Sonneveld plannen om te emigreren. Zij wisten hun ouders zo ver te krijgen dat zij in 1955 de boerderij aan de Noordweg verkochten en met de overige 8 kinderen ook naar de provincie Quebec in Canada, verhuisden. Zij namen daar een boerderij over en “boerden” daar gewoon verder.
Jo en An Boers hoek Noordweg en Prunuslaan (toen Hesselt van Dinterlaan. Zij emigreerden ook naar Ontario Canada nabij de Niagara Falls. Na het overlijden van vader Boers dreven de zussen nog enige tijd de winkel Prunuslaan 1. Jo kreeg verkering met Cor Hogervorst uit de Oude Leede.
Cornelis Gerardus van Schie van Noordweg 95, een zoon van Frank van Schie vertrok in …. en vestigde zich in Canada, Ontario RR1 Sharon 1.
Sjaak Haket (geboren in 1929) van Noordweg 26d vertrok in 1952 naar het noorden van Canada. Hij trouwde met Lucienne en samen kregen ze vier kinderen en vier kleinkinderen. In 2010 werd bij Sjaak Leukemie vastgesteld en in 2011 is hij op 82 jarige leeftijd overleden.
| 1954 vertrek Joop van de Maarel met familie en vrienden |








