HGOP, pijnacker
z website 1.1 hervormde toren

HGOP Brengt geschiedenis dichtbij!

11. Tuinbouw en veiling

Tuinbouw en Veiling

 

Rond 1890 vestigden zich de eerste tuinders langs de Vlielandseweg, de Oude Leede en in het gebied waar nu de Stationsstraat is. Voor die tijd werden er ook groenten verbouwd, alleen dit was voor eigen gebruik. De tuinders werden professioneel en verkochten in het begin hun producten langs de deur of op de markt. De kwekerijen waren dan ook dicht bij de bebouwing gevestigd. Men teelde aardappelen, zuurkool en fruit zoals bessen en aardbeien.

Platglas met komkommers

In navolging van het Westland begon men begin 1900 steeds meer onder glas te telen, het zogenoemde platglas. Een goede locatie voor een tuinderij was langs vaarwater voor de aan- en afvoer van materialen en producten. Het water was ook nodig voor het met een gieter water geven van de plantjes onder het glas, rond 1930 kwamen er dieselwaterpompen. Rond 1950 verdween het platglas en kwamen er hogere kassen, het zogenoemde staand glas. In feite was dit een houten onderbouw waar dan de platglasramen op werden gelegd.

In 1915 richtten 41 Pijnackerse tuinders een eigen veiling op. Voor die tijd brachten ze de groente onder meer naar de veiling van Berkel en Rodenrijs die in 1909 was opgericht. In 1917 had de veiling al 110 leden met 380.000 m² platglas.

De veiling die vlakbij de in 1908 aangelegde Hofpleinlijn was gesitueerd had een laad- en loshaven voor de met schuiten gebrachte groenten. Na het veilen ging de groente met de trein naar o.a. Duitsland en Frankrijk gebracht worden.

In het begin voerde men de groenten in allerlei soorten manden en kisten aan, maar al snel kwam er een standaardverpakking. Iedere groente kreeg zijn eigen kist. De grote veilingkist voor komkommers, sla en andijvie. Een driekwart kist voor bonen en tomaten, en een ‘pootjesbak’ voor bloemkolen en meloenen.

Schuit in het veilinggebouw, 1929

In 1928 is de veiling verplaatst naar de Stationsstraat. Er ontstond een veilinggebouw waar de schuiten doorheen konden varen. De koopmannen zagen de producten langsvaren door de afmijnzaal. Een veilingklok draaide van een hoge prijs naar een lage prijs. Zodra een koopman drukte, stopte de klok bij de geboden prijs. De koopman kocht daarmee de partij die voor hem op de schuit langskwam tegen de betreffende prijs. Op het terrein kwam een fustloods voor de lege kisten.

 

 

Schuiten voor veilinggebouw

Het veilproces duurde soms vier tot vijf uur en een enkele keer lagen er meer dan 50 schuiten te wachten.

Van 1931 tot 1938 waren het de crisisjaren voor de tuinders. De overheid voerde steunmaatregelen door, maar ook teeltvergunningen. Men moest verplicht minder produceren om het overaanbod te reduceren. Ondanks de financieel moeilijke periode kocht het veilingbestuur in 1936 het naast de veiling gelegen terrein van de groentedrogerij, genaamd ‘De Kroon’. Hiermee werd het veilingterrein drie hectare groot. De erop staande loods werd verhuurd aan de koopmannen.

Schotse ketels in 1956

In 1935 had Pijnacker 420.000m² platglas, 90.000m² koud warenhuis en 70.000m² verwarmd warenhuis. Voor de verwarming gebruikte men zogenoemde Schotse ketels die ook op schepen fungeerden en gestookt werden op kolen.

 

 

 

Schoorsteen in Oude Leede, gesloopt in 2002

Iedere tuinder had een gemetselde schoorsteen van ca. 17 meter hoog. In Pijnacker stonden er tientallen, waarvan er nu nog één complete schoorsteen over is. Deze staat bij Klapwijkseweg 63. Daarnaast staan er nog drie gedeelten van schoorstenen.

Vanaf de jaren ’60 werden de ketels omgebouwd voor oliestook. En vanaf 1969 kwam aardgas algemeen beschikbaar, dit was schoner en gaf minder werk aan het stoken en onderhoud van de ketels. Binnen drie jaar waren alle ketels omgebouwd. Voor gasgestookte ketels waren de hoge gemetselde schoorstenen niet meer nodig.

 

 

 

 

Voortduwen veilingschuit

Men bracht de groenten met de schuit naar de veiling. De veilingschuit was ongeveer tien meter lang en twee meter breed. Met een vaarboom duwde men de schuit voort, daarbij lopend op de walkant. Als de schuit lek was kon deze gerepareerd worden bij de scheepsmakerij van de familie Van der Kleij aan de Vlielandseweg of aan het Klapwijkselaantje.

Sloten waar een veilingschuit in kon varen doorsneden de tuinbouwgebieden, de bruggen waren tenminste 1,75 meter hoog of ze konden opgehaald of gedraaid worden. Voor het verschil in waterniveau tussen de Laanvaart en de Pijnackerse vaart was er een schutsluis aan het eind van de Westlaan.

Al voor de oorlog, in september 1939 werd voor een pontonnierscompagnie de Fustloods ontruimd voor het onderbrengen van hun 44 trailers, 18 vrachtauto’s en 6 personenauto’s. Later legden de Duitsers beslag op de grote kistenhal, enkele koopmansloodsen en de paardenstal.

In de oorlogsjaren bleef de omzet net aan op peil. Benzine was niet meer te krijgen, glas was schaars en hout voor nieuwe kisten, die door de oorlog vaak niet meer terugkwamen, was er niet meer.

In 1948 werden er 37 producten aangevoerd op de veiling maar in 1975 maakten komkommers en tomaten samen meer dan 96% van de omzet uit. Daarnaast was alleen nog de omzet van bonen van enige betekenis.

Komkommersorteermachine, 1970

Tot in de jaren 1950 sorteerde men de komkommers met de hand. Voor de zekerheid had men een kleine weegschaal in de buurt. De technische zoon van een Pijnackerse tuinder Aad Tas, verbeterde één van de eerste komkommersorteermachines. Hierbij werden de komkommers automatisch gewogen en in aparte vakken gelegd. Vanaf 1966 produceerde hij in drie jaar tijd 70 machines. Hij richtte het bedrijf AWETA op. AWETA stond voor zijn drie voorletters en de eerste twee letters van zijn achternaam. Het bedrijf dat gespecialiseerd is in sorteer- en verpakkingsmachines is met 300 medewerkers nog in Pijnacker gevestigd en exporteert naar meer dan 50 landen.

Doordat grond nodig was voor woningbouw werden en worden tuinders uitgekocht. Dat gebeurde al in 1920 voor de bouw van de Emmastraat en omgeving. In 1950 verplaatste men de tuinderijen tussen de Willem de Zwijgerlaan en de Hoflandstraat naar de Schimmelpenninck van der Oyeweg. In de jaren ’60 werd de eerste nieuwbouwwijk Plan Noord gebouwd waar kassen voor moesten wijken. De kassen langs de Westlaan moesten in 1972 plaats maken voor de Dokter Van der Horstlaan. In 1995 verdwenen de tuinders aan de Zuideindseweg in Delfgauw voor Emerald, in 2006 kwam de ontwikkeling van Ackerswoude op gang in het voormalige tuinbouwgebied  aan de Monnikenweg en in 2010 verdween het tuindersgebied aan de Europalaan.

Lees meer over Tuinbouw en Veiling in “De Schetsen uit Pijnacker“.

Voor geïnteresseerden in de door de coöperatieve banken gebruikte frankeerstempels is hier meer te lezen.

U bevindt zich hier: Home > Geschiedenis van Pijnacker > 11. Tuinbouw en veiling