Kerken en Religie
Op 26 juni 1251 beloofde de toenmalige Graaf van Holland Willem II, aan zijn tante Ricardis om de inkomsten van het land, de kerk en het recht om een pastoor in Pijnacker aan te stellen aan haar te schenken. Zij zou dan haar plan tot stichting van een klooster ten uitvoer moeten brengen. Het klooster zou moeten liggen binnen het gebied van de parochie van Pijnacker. Het feit was dat er een parochiekerk was en dat de vader van Willem II al ruime giften deed uit de inkomsten uit Pijnacker. Dit toont aan dat ons dorpje toen welvarend was.
Met Kerst in 1252 startte de bouw van het klooster Koningsveld, op de grens bij Delft. Eerder was Koningsveld een dubbel klooster dat bewoond was door monniken en zusters van de orde van St. Augustinus. Dat is niet lang zo gebleven, want al in 1258 woonden er uitsluitend nog zusters.

De stichteres van het klooster, Ricardis, overleed in 1262. Bij haar overlijden was de bouw van het klooster nog niet voltooid. Graaf Willem II stierf in 1256. In 1258 staat in een oorkonde van zijn broer Floris dat het klooster, na het overlijden van pastoor Willem, het patronaatsrecht kreeg over de parochiekerk van Pijnacker. Het klooster mocht dan een pastoor aanstellen die behoorde tot hun orde en verkreeg de inkomsten van de parochiekerk.
In 1571 werd het klooster Koningsveld door de Delftenaren platgebrand en gesloopt om te voorkomen dat de Spanjaarden zich daar verschuilden. De kloosterzusters kregen van de Staten van Holland levenslange alimentatie.
De plaats waar de parochiekerk in Pijnacker stond is de locatie van de huidige Dorpskerk, naast de karakteristieke toren.

Oorspronkelijk was de toren een verdedigingstoren met een toegang op ruim 6 meter hoogte. De toren had geen vaste buitentrap in de bocht van een vaart en een gracht die achterlangs liep. De toren kwam in het midden van de 16de eeuw al scheef te staan. Toen de toren met twee gotische verdiepingen werd verhoogd ontstond er een knik.

De verzakking bleef doorgaan met ongeveer 2 millimeter per jaar. In 1940 was de afwijking 133 centimeter naar het westen. Men heeft nog geprobeerd de fundering te versterken, maar op 18 april 1940 zakte de toren om 00.41 uur als een plumpudding in elkaar. De nieuwe toren is een nauwgezette kopie, maar staat wel recht.
Van de herbouw zijn 2 filmpjes gemaakt:
De scheve toren bood plaats aan een klok uit 1434. De klok heet Barbara. De klok is waarschijnlijk als afronding van de nieuwbouw door de toenmalige overheid en kerkbestuur rond 1570 gekocht.
De eerste stenen parochiekerk die bij de toren werd gebouwd heeft waarschijnlijk gestaan tot omstreeks 1550. De opvolgende nieuwe kerk met koor stond in verbinding met de 13de eeuwse en de toen al scheef staande toren. Deze tweede kerk werd in 1892 vervangen door de huidige kerk. Hierbij is er gebruik gemaakt van de oude fundering. Ook de oude zuilen met kapitelen, die voorzien zijn van krulkoolbladeren, zijn behouden. Lees meer over de scheve toren in het in 1986 verschenen boek “Schetsen uit de Geschiedenis van Pijnacker“.
In de Reformatie tijd moesten de rooms-katholieken hun kerk bij de scheve toren verlaten en overdragen aan de protestanten. De rooms-katholieken bouwden een schuilkerk aan de Oostlaan, maar deze ging door een felle brand in 1773 in vlammen op. Alles: doopboeken, kerksieraden en gewaden gingen verloren.

In 1775 konden de kerkdiensten weer worden hervat in een op dezelfde plek nieuw gebouwde kerk aan de Oostlaan 25-26.
Rond 1800 was de hervormde kerk niet meer overheersend en wilden de katholieken hun oude parochiekerk terug. Omdat men er niet uitkwam, werd een betalingsregeling getroffen en zagen de katholieken af van hun aanspraak.

Tegen 1850 waren er 261 huisgezinnen met 1350 inwoners. Daarvan waren er 780 Hervormd, 8 Evangelisch-Luthers, 13 Remonstrant en 550 Rooms Katholiek.
De kerk uit 1775 werd te klein en in 1892 zorgde de vermogende pastoor Van ’t Rood voor een nieuw kerkgebouw aan de Oostlaan 38: de H. Joannes de Dooperkerk. De oude kerk werd afgebroken, maar het pand van de gelijktijdig gebouwde pastoorswoning staat nog steeds aan de Oostlaan 26. Bij het 130-jarig bestaan van de kerk hield Aad Tas een een lezing met een PowerPoint over deze periode met fraaie afbeeldingen van het oude interieur.

In 1904 vonden de eerste gereformeerde diensten plaats. In 1905 beschikte men al over een eigen gebouw aan de Kerkweg.

De gestaag groeiende gemeente betrok in 1929 de grotere Plooykerk. In 1991 moest dit karakteristieke gebouw plaats maken voor winkelcentrum Ackershof. In de plaats van de Plooykerk verscheen de Ontmoetingskerk aan de Klapwijkseweg.

In de 20e eeuw waren er lange tijd drie geloofszuilen in Pijnacker: rooms-katholiek, hervormd en gereformeerd. In 1944 leidde de kwestie Schilder tot de oprichting van de Gereformeerde Kerken onderhoudende Art. 31 K.O. De afscheiding die hiervan het gevolg was, heet in de volksmond de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Men kerkte achtereenvolgens in de lerarenkamer en een lokaal van de gereformeerde school aan het Koningshof, in een bovenzaal van het C.J.M.V.-gebouw, in een eigen gebouw achter het terrein van Pluym aan de Kerkweg, in de tuinbouwschool aan de Wilhelminasingel, die tenslotte in 1978 werd omgebouwd tot kerkgebouw. In 2023 is de gemeente administratief opgeheven door een teruglopend aantal leden.
In 2013 zijn de Hervormde Gemeente Pijnacker en Delfgauw en de Gereformeerde Kerk Pijnacker gefuseerd tot Protestantse Gemeente Pijnacker en Delfgauw. De gemeente is in vier wijken ingedeeld met vier kerkgebouwen:
- De Ontmoetingskerk aan de Klapwijkseweg
- Kerk Delfgauw aan de Zuideindseweg
- De Acker aan het Park Berkenoord
- De Dorpskerk aan het Koningshof




Wellicht ook interessant:
U bevindt zich hier: Home > Geschiedenis van Pijnacker >





